Onwelkom bezoek.


Hoe verruk'lijk om buiten bij Grootmoe te zijn gelogeerd voor Annet!
Lang reeds spitst ze er zich op van te voren,
En heeft er altijd o, zoo'n pret. Ze geeft 's morgens de bloemetjes water,
En plukt dan een mooien bouquet,
Die door Grootmoeder, vriendelijk dankend,
Op de tafel te pronk wordt gezet.

Ze moet mee om de geit te zien melken,
En na het ontbijt gaat ze gauw
Al de dieren om beurten bezoeken:
De kippen, de duiven, de pauw.



Maar de kuikentjes zijn in 't geheel niet
Gesteld op dat vriend'lijk bezoek.
Zie, ze fladderen angstig naar moeder,
Verschuilen zich onder de kloek.
 
Want al zal hun Annette geen kwaad doen
En zijn ze ook niet bang voor haar pop,
Poesemietje loopt mee aan een touwtje,
Daar hebben ze 't, weet-je, niet op.

Wel zegt Net: «'t Is een snoeperig beestje».
Maar kippen en katten, niet waar?
Mogen allebei goed in hun soort zijn,
Ze hooren toch niet bij elkaar.

WILHELMINE.

 
   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

naar inhoud wilheminaprentenboeken naar index