Twee Konijntjes


Er stond een groot konijnenhok
Vlak bij de rozelaren ;
Maar 't was niet aardig dat daarin
Nu geen konijntjes waren ;
Er werd -toen 't laatste was geslacht-
Aan 'nieuwe koopen' niet gedacht.
Dat deed wel. klagen menigmaal
Broer Keesje en zusje Stijntje :
'Och, zat er in dat lege hok
AI was 't maar n konijntje ,
Dan hadden wij toch weer pleizier
Bij 't mumm'len van zoo'n aardig dier.'
Oom Wouter hoorde eens ongemerkt
Dat wenschen en dat hopen,
En toen 't in stad nu marktdag was
Wat ging hij daar toen koopen ?
Juist: twee konijntjes; -voor de pret
Heeft hij ze stil in 't hok gezet.
Des morgens juichten Stijntje en Kees :
'Er is in 't hok weer leven ,
Want twee konijntjes zijn er in ,
Wie heeft ons die gegeven ?'
Daar kwam oom Wouter lachend aan -
Toen wisten zij wie 't had gedaan.
Zij dankten oom, en gingen toen
Met grijsje en witje spelen,
En 't paartje mocht voor zijn ontbijt
Een koolblad samen deelen ;
Maar later gaven zusje en bror
Nog elk een worteltje tot vor. -

 ANT. L. DE Rop.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

naar inhoud wilheminaprentenboeken naar index