Bello en de muis

Marietje was dol op Bello, den hond; hij kon zoo grappig met zich
laten sollen.
Broêr trok Bello, op een mooien dag, een jakje en een broekje aan,
zette hem een ouden hoogen hoed op den kop en een grooten
kartonnen bril op den neus.
Marietje schaterde 't uit, toen zij haar vriend Bello zoo toegetakeld zag.



Zij klapte in de handjes en danste van pret.
Zij gaf Bello een engelsch beschuitje en Bello ging op zijn achterpooten staan en nam heel beleefd den hoed af, om Marietje te bedanken.
Bello liep naar buiten met zijn lekker beschuitje. Hij bracht het op
een stil plekje, dat hij tot provisiekamertje had ingericht.
Hij had nu meer trek in een been dan in een beschuitje;
dat zou hij dus maar voor morgen bewaren.

Een kleine listige veldmuis had hem gezien. Zij had dollen trek in
dat beschuitje.
Voor haar en haar kinderen was 't dan ook een heerlijk maal.



«Dag, Bello, » zei de muis, « wat ben je mooi vandaag!»
«Ben ik dan niet altijd mooi?» bromde Bello.
«Jawel, maar nu lijk je een heele heer. Heb je ook lust in een been?
Dat kan ik je bezorgen.»
« Nu, of ik! » zei Bello, en hij vergat zijn waardigheid en sprong
en blafte van verlangen naar het lekkere beetje, dat de muis hem beloofde.
« Weet je, wat je dan doet ?» zei de muis,
« loop driemaal in de rondte en ga dan op het gras liggen en houd je oogen drie minuten dicht.
Als je ze weer open doet, zie je een been, daar mag je aan kluiven.»

Dat lachte Bello toe; dat zou me een smulpartijtje zijn!
Hij deed dan ook wat de veldmuis zei.
Driemaal draaide hij in de rondte, alsof hij zijn eigen staart naliep.

Den eersten keer viel de bril van zijn neus.
Den tweeden keer viel de hoed van zijn kop.
Den derden keer gleed zijn broekje op den grond.
Toen ging hij in het gras liggen, deed zijn oogen toe en telde
driemaal achter elkaar van één tot zestig.

Toen de drie minuten om waren, deed hij de oogen open.
Maar er was geen been, en het engelsch beschuitje was weg.
De slimme veldmuis had het, met zijn drie kindertjes, stilletjes
naar zijn hol gesleept.

Bello was kwaad omdat hij zich zoo had laten bedotten.
Hij had de muis met haar kinderen wel willen doodbijten, maar zij hielden zich op een veiligen afstand.
« Heb je dan je eigen been niet gevonden?, riep de muis hem
spottend uit de verte toe, « daar mag je aan kluiven naar hartelust!»

Sinds dien tijd hebben alle honden een hekel aan muizen.
Die zijn hun ook veel te slim af.

H. S.

 
   




 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


naar inhoud wilheminaprentenboeken naar index