Raden, Mama


Wie zou wel het meest van me houden, Mama?
Hier achter me kan u het zien.
Maar eerst moet u raden. Wie is het? Ra ra!

Wel jongen, 't is Bello misschien. -
He Moes, nu geloof ik toch dat u me fopt ;
Want Bello kan achter mijn rug niet verstopt. -

Nu, laat ik eens kijken. Dan denk ik, de poes. -
Mis, Maatje! De poes is het niet. -
Dan Trui, je konijntje. -
Neen, ook al niet, Moes. -

Dan is het je sijsje vast, Piet. -
Alweer mis! Geen sijsje, geen poes, geen konijn.
Kom Maatje, raad nog eens, wie of het kan zijn. -

Hoe langer hoe moeilijker wordt het, hoor vent !
Toe, help me eens een beetje op den weg. --
Nu, Maatje: 't is iemand die u heel goed kent ;
Maar dat is ook al wat ik zeg.
Doe nu om te raden uw uiterste best.
En keertje nog mag u; maar dat 's voor het lest. -

Ja, hoor, als je zus was, zou 'k zeggen: je pop.
Maar dat gaat voor jou toch niet aan.
En dus, jongenlief, 'k geef het wezenlijk op. -

Neen, Moes! Ens uw best nog gedaan! -
't Portret van Papa ? -
Dat 's zoo heel ver niet mis.
Daar, kijk. in dien spiegel; nu ziet u wie 't is.

WILHELMINE.

 
   


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

naar inhoud wilheminaprentenboeken naar index