HET NIEUWSGIERIGE JONGETJE
EN DE REGENBOOG


Het regent in, de wereld, De wereld die wordt nat,
Het loopt langs alle kanten af
En toch wordt ze niet zat,
Wij hebben in een langen tijd,
Zoo'n regen niet gehad.
De wereld raakt verlegen
Met al dien natten regen,
Het is misschien een mooi gezicht,
Maar trek nu maar de wolken dicht,
Al mag 'k de regen nog zoo graag,
't Is nu genoeg vandaag !

Waar of toch al dat water blijft,
Waarin de heele wereld drijft,
Waarin de musschen stoeien,
Waarin de koetjes loeien,
Waarin de boomen groeien
Met al die dikke blaren,
Waarin de scheepjes varen,
Waarin de menschen loopen,
Met paraplu'tjes open,
Langs alle natte wegen,
Waar blijft toch al die regen ?
En wie zegt dat het reeg'nen moet,
Wt is het dat het reeg'nen doet?
Zegt boven iemand dat vandaag'
De wereld toch misschien wel graag
Een beetje regen hebben wou ?

En trekt dan iemand aan een touw?
Maar hoe krijgt hij dat touw weer dicht,
Dat lijkt mij niet zoo licht!
En waarom regent het zooveel
En krijgt een elk meer dan zijn deel?
En waarom regent het op zee,
Die regen rekent toch niet mee?

Geen visch die ooit om regen vroeg,
Want water hebben ze genoeg,
Waarom bewaren ze dat niet,
't Is toch niet noodig dat het giet !
Nou loopt het langs de kanten af
Zoo'n stortbui, dat noem ik een straf,
Dat reegenen in de straten,
Dat kon men k wel laten.
 Als ik me thuis wil wasschen gaan,
Dan draai ik aan de waterkraan....

Jij vraagt waartoe de regen dient,
Dat is eenvoudig, kleine vriend,
Al wat teveel komt, gaat omhoog,
Voor 't spannen van den regenboog.
Zoo'n boog van hier naar Rotterdam,
Daar gaat me heel wat regen an.
Bedenk, als je die kleuren ziet,
De wereld is zoo dom nog niet!


naar inhoud Tom Poes - naar index