VOOR NILS, BERNT EN JAN-WILLEM

Daar kwamen drie matroos aan,
Met mooie witte kieltjes aan.
Ze waren van het zeilen moe,
En kwamen naar de haven toe.
Ze kochten elk een ruiker,
En dronken melk met suiker,
Ze werden erg vroolijk toen,
Als alle brave matroosjesdoen....

Daar kwamen drie matroosjes aan
Met wijde blauwe broeken aan,
Ze wilden niet meer varen,
Omdat ze er moe van waren,
Ze wilden van alles leeren
En kochten appels en peren,
En veel van dat onrijpe fruit,
En zagen er spoedig erbarmelijk uit....

Daar kwamen drie matroosjes aan
Met mooie zwarte schoentjes aan,
Ze gaven niets meer om de zee
En niemand die er hun kwaad om dee.
Ze hadden van alles geweten
En alles en nog wat gegeten,
Toen kochten ze nog wat zoutedrop
En toen. waren alle centjes op....

Daar kwamen drie matroosjes aan,
Die wilden graag weer varen gaan,
Ze waren de stad en de haven moe
En wilden weer naar hun scheepje toe:
Een scheepje met zeilen en touwen
Waarmee ze zeilen wouwen.
Ze kropen zachtjes in de kajuit
En trokken hun mooie pakjes uit....




Drie kleine matroosjes varen op zee,
Ze hebben den wind en de golven mee,
Ze kijken de maan en de sterren aan,
Die zegt ze hoe ze varen gaan:
Hun hartjes gaan met de zeilen mee
Over de groote gelukkige zee,
Ze willen er niets meer van weten,
Hoe die haven wel heeft geheeten....

Amsterdam, Juli 1945

naar inhoud Tom Poes - naar index