ons Limburg in d'Oranjezon




eerste bezoek Wilhelmina aan Limburg, Maastricht 1895

eerste bezoek aan Limburg, Maastricht 1895


Ook Limburg werd door Hare Majesteit enige malen met een bezoek vereerd.
Bij die gelegenheid werd aan haar op hartelijke en duidelijke wijze getoond, dat ook het Limburgse volk haar liefhad.
Reeds als jonge Koningin bracht zij met Koningin Emma in 1895 een bezoek aan onze provincie.

Aan dat bezoek is nog een aardige herinnering bewaard gebleven.
De Koninginnen zouden naar Limburg komen!
Weken lang hadden de Limburgse mensen zich voorbereid om de vorstinnen zo waardig mogelijk te ontvangen.
Vooral Maastricht, de hoofdstad van onze provincie, was prachtig versierd.
Welk een jubel steeg hier op uit de duizenden, toen de Koninginnen aankwamen.
De rijtoer door de stad werd een ware triomftocht.

Het is te begrijpen, dat de Vorstinnen van de gelegenheid gebruik maakten om de heerlijke omstreken te bezichtigen.
Ook aan de bekende Sint-Pietersberg werd een bezoek gebracht.
De berg heeft talloze onderaardse gangen en in een van die gangen wachtte de Hoge Bezoeksters een aardige verrassing.

In de berg vindt men overal tekeningen- en handschriften en toen het Hoge Gezelschap door de gangen wandelde,
kwam het op een plaats waar een groot doek op de bergwand was vastgemaakt.
Hierachter was een op mergel geschilderd portret van Koningin Wilhelmina verborgen.
De burgemeester van Maastricht hield een korte toespraak -het doek viel en tegelijk galmde uit de donkere gangen
in de verte het ‘Wilhelmus van Nassauen’.
Men bood toen aan de Koningin een stuk zwart krijt aan en verzocht haar
haar handtekening onder het portret te willen plaatsen. Met enige forse halen zette zij toen haar naam onder haar beeltenis.



Maar... plotseling kwam een kaboutermannetje uit een hoekje voor de dag.
Boos klonk het toen :

‘Wie stoort hier onze eenzaamheid
En durft een naam te schrijven,
Een naam hier onder 't beeld van Neerlands Koningin?
Wij zwoeren, dat dit beeld in onze schoot zou blijven.
Wee! die er schennis pleegt aan 't voorwerp onzer min!'


Het kaboutertje keek nu de schrijfster in het gelaat en zag toen dat het de Koningin zelf was en zachter sprak hij toen:

‘Maar ik zie, Zij daalde zélf in onze groeve neder,
En grifte haren naam hier op de mergelwand.
Doorluchte Oranjespruit, wat gaan wij U thans bieden
Voor 't Koninklijk geschenk, voor 't schrift van Uwe hand?
Geen bloemen bloeien hier, om U een krans te winden
Tot feestelijk huldeblijk, doch moge Uwe Majesteit,
In wat mijn hand U biedt, een treffend teken vinden
Van onze oprechte liefde en trouwe aanhankelijkheid,
De ruwe zeeschelp, die vóór eeuwen hier kwam stranden
En sedert roerloos in de bergsteen bleef gespaard,
Getuige, hoe Maastricht U, Bloem der Nederlanden,
Bemint en eert tot in de duistere schoot der aard !’

De Koningin nam de zeeschelp aan, dankte het aardige kaboutermannetje
en verliet toen hoogst voldaan de berg.


uit: ONS LIMBURG IN D'ORANJEZON
een uitgave voor de jeugd van Limburg, t.g.v. het 50 jarig regeringsjubileum 1948
op instignatie van de commissatis der Koningin in Limburg,
verzorgd door de culturele raad 'Limburg' 1948


naar index