|

Geschiedenis
Kurhaus Scheveningen
1818:
De Scheveninger Jacob Pronk bouwt een houten badhuis waar men in tobbes
een bad kan nemen in het geneeskrachtige zeewater.
Dit wordt later vervangen door het Groot Stedelijk Badhuis.
1885: Het Groot Stedelijk Badhuis maakt plaats voor het eerste Kurhaus
dat op 11 juli officieel wordt geopend door toenmalig burgemeester van
Den Haag Mr. J.C. Patijn.
Het eerste Kurhaus bestond uit een concertzaal (de Kurzaal) , 120 kamers,
2 restaurants en verscheidene zalen.
De architecten waren Johann Friedrich Henkenhaf en Friedrich Ebert, bouwkosten
600.000,-.
1885: In een van de zalen van het Kurhaus wordt de Club de Scheveninque
geopend; een besloten club waar Ecarte en Baccara werd gespeeld.
Deze voorloper van het Casino werd in 1905 op last van de overheid gesloten.
1886: Het Kurhaus brandt tot de grond toe af en wordt binnen een jaar
totaal herbouwd.
1893: Koningin Wilhelmina, 13 jaar oud, zet als eerste haar handtekening
in het beroemde gastenboek, samen met haar moeder Koningin Emma.
1904: De Brusselse schilder Van Hoeck schildert in een maand tijd met
een staf van 30 knechten de plafondschilderingen in de Kurzaal, voorstellende
de jacht, de visserij, de muziek en Neptunus alsmede de tekens van de
dierenriem.
1927: Tot aan de zestiger jaren is Scheveningen een internationaal muzikaal
centrum.
Dankzij de bezielende leiding van de "Keizer van Scheveningen", Mr. A.
Adama Zijlstra, traden bijna alle beroemdheden op in de toenmalige concertzaal,
de Kurzaal.
Zo stonden hier Mischa Elman en Wladimir Horowitz, Richard Tauber, Lucienne
Boyer, Greta Keller, Marie Dubas, Maurice Chevalier, Herbertvon Karajan,
La Argentina, Duke Ellington, Ray Ventura,
Bela Bartok,Edith Piaf, Charles Trenet, George Brassens, Maria Callas,
Marlène Dietrich en als een van de laatsten de Rolling Stones, in 1965
toen zij in de Kurzaal voor de 1e maal in Europa optraden.
Staatshoofden en vorsten die in het Kurhaus logeerden:
Carola Koningin van Sachsen, Maria Josepha Aartshertogin van Oostenrijk,
Irene Prinses van Pruisen, Friedrich Aartshertog van Baden, Harry Truman,
Winston Churchill, President Coty, Keizer Hirohito en Kroonprinsen uit
Japan, Denemarken, Oostenrijk en Pruisen.
1947: Start van het Holland Festival met o.a. een optreden van
de dirigent Leonard Bernstein.
1969:
Het Kurhaus oude stijl wordt gesloten.
Internationale
conferenties in het Kurhaus
1894: Internationale Vredesconferentie in het Kurhaus.
De spil van de Europese vredesbeweging, de Oostenrijkse Gravin Bertha
von Suttner die in 1905 een Nobelprijs zal ontvangen, is het officieuze
middelpunt.
1899: Op initiatief van Tsaar Nicolaas van Rusland wordt een Vredes Conferentie
georganiseerd met 100 gedelegeerden uit 26 landen.
De vergaderingen vinden plaats in Huis Den Bosch, de delegaties overnachten
in het Kurhaus.
Tijdens deze conferentie wordt besloten tot het instellen van het Internationale
Hof van Justitie.
1907: Op initiatief van Theodore Roosevelt wordt de volgende Internationale
Vredes Conferentie in Den Haag georganiseerd met 200 gedelegeerden uit
44 landen.
Men vergadert in de Ridderzaal maar het merendeel van de delegaties slaapt
in het Kurhaus.
Tijdens deze conferentie wordt de 1e steen gelegd voor het Vredespaleis.
1929: Opnieuw komen internationale delegaties in Den Haag, deze keer om
te praten over het Young Plan in Ridderzaal.
Men trachtte een nieuwe regeling te treffen voor de herstelbetalingen
door Duitsland na de 1e Wereldoorlog.
Aanwezig zijn o.a. Aristide Briand, Gustav Streseman en Lord Snowdon.
De directie van het Kurhaus moest in allerijl de hotelkamers laten ontruimen
omdat de aanvangsdatum van de conferentie tot op het laatste moment onzeker
was.
1948:
Tijdens het Europa Congres dat wordt gehouden in de Ridderzaal wordt de
basis gelegd voor het Europese Parlement.
Sir Winston Churchill en zijn echtgenote Clementine plaatsen bij die gelegenheid
hun handtekeningen in het Kurhaus gastenboek.
Het
Kurhaus, een stukje historie
De
geschiedenis van het Kurhaus begint in 1818, als Jacob Pronk, een ondernemende
inwoner van Scheveningen, besluit een paviljoen te stichten, waarvan de
inrichting
- vier kamers, voorzien van badkuipen die ofwel met koud ofwel met warm
water konden worden gevuld - aansloot op de in die tijd in zwang zijnde
zeewater en - luchtkuren.
Pronk was in het bezit van twee badkoetsen, waarmee geïnteresseerden zonder
gezien te worden de zee in konden rijden, om zich vervolgens behoedzaam
in het water te laten glijden.
Stedelijk
badhuis:
het
Badhuis werd een groot succes, zelfs zo groot dat er in 1826 een stenen
gebouw werd opgezet met de naam "Gemeentelijk Badhuis".
Hier trof men zowel hotelkamers, als een bibliotheek, een billiard-kamer,eetzalen
en badfaciliteiten aan.
Jacob Pronk werd gedwongen zijn bezittingen aan de gemeenteraad van Den
Haag te verkopen, die vervolgens het beheer overnam.
Toen de kuuroorden in België de concurrentiestrijd dreigden te winnen,
werd er beslist dat Scheveningen een grootschalig project op moest zetten.
Er werd een consortium opgericht bestaande uit vier Nederlandse zakenmensen.
Het consortium kwam met de gemeenteraad overeen dat er tot 1958 een jaarlijkse
huur van 25.000.- aan de gemeenteraad zou worden betaald.
Kurhaus
Het Badhuis werd afgebroken en binnen een jaar werd het Kurhaus gebouwd
door de Duitse architektenJohann Friedrich Henkenhaf en Friedrich Ebert,
de architect van het Krasnapolsky Hotel in Amsterdam.
Het
Kurhaus werd geopend in 1885 en bood 150 hotelkamers,
een grote hal (de Kurzaal), restaurant La Corvette, een lift en heetwatervoorzieningen.
In 1886 brandde het Kurhaus tot de grond af, maar binnen een jaar werd
het helemaal opnieuw opgebouwd.
In de daaropvolgende jaren voegde het consortium een winkelgalerij, een
pier, de Kurhaus Bar, twee hotels, het Circustheater en het inhalatorium
toe aan het Kurhaus.
In het inhalatorium werden mensen behandeld met zeewater tegen allerhande
kwalen, en kon men de frisse zeelucht inhaleren.
Het inhalatorium bestond tot 1945; toen werd het omgebouwd tot een klein
theatertje.
In 1952 werd er in het Kurhaus centrale verwarming aangelegd, tot die
tijd werd het hotel eigenlijk alleen als zomerverblijf gezien.
Maar wel een zomerverblijf met klasse.
Leden van het Koninklijk Huis, buitenlandse gasten en staatshoofden brachten
hun zomer in het Kurhaus door.
Een van de grootste attracties was de aangeboden muziek.
De grote hal (de Kurzaal) die op dat moment als concertzaal fungeerde,
bood elke dag wel een voorstelling van befaamde concertgezelschappen en
musician.
Om er een paar te noemen; Richard Tauber, Maurice Chevalier, Edith Piaf,
Duke Ellington, Marlène Dietrich, Bela Bartok, Leonard Bernstein.
Staatshoofden werden bij gala-avonden ontvangen door de Nederlandse regering
of de Koninklijke familie.
In de 60er jaren ging Scheveningen in andere handen over, de toeristen
verkozen zonnigere oorden en het verval werd zichtbaar.
Begin 1970 vond de Gemeente het Consortium Scheveningen, bestaande uit
Bredero en Nationale Nederlanden bereid om gezamenlijk een nieuw Scheveningen
te ontwikkelen, dat het gehele jaar door kon worden geëxploiteerd.
Gezien de slechte staat waarin het Kurhaus verkeerde, werd besloten tot
een totale herbouw.
Kosten 110 miljoen gulden, mogelijk gemaakt dankzij een subsidie van het
rijk toen het Kurhaus werd geplaatst op de lijst van nationale monumenten.
|
|
HET
KURHAUS GASTENBOEK
Het beroemde gastenboek werd in 1893 voor de eerste maal gebruikt door
Prinses Wilhelmina, die het Kurhaus op dertienjarige leeftijd met haar
moeder Koningin-regentes Emma bezocht.
Het monumentale boek heeft een kalfslederen omslag en is voorzien van
zilverbeslag.
Op de voorkant prijkt het wapen van Den Haag.
Sinds
de ingebruikneming van het boek is het altijd benut om VIP's -
zoals staatshoofden, filmsterren, artiesten van naam hun handtekening
erin te laten plaatsen.
Een greep uit de handtekeningen: Igor Strawinsky, Herbert von Karajan,
Marlène Dietrich, Joan Crawford,Keizer Hiro Hito van Japan, President
Coty, Koning Haakon van Noorwegen en Henry Kissinger.
Het boek krijgt een extra dimensie door de vele illustraties waarbij vooral
die van enkele schilders van de Haagse School (Mesdag, Isaac en Jozef
Israëls) in het oog springen.
Het boek dreigde in 1979 te worden geveild, maar is toen door het Beheerskantoor
Scheveningen gekocht en vervolgens weer bij het Kurhaus beland.
Het gastenboek laat zich lezen als een geschiedenisboek.
Veel van de internationale vredesconferenties die sinds 1899 in Den Haag
zijn gehouden, zijn terug te vinden in het boek in de vorm van handtekeningen
van de delegaties, vaak vergezeld van prachtige (wapen) illustraties.
|