Schaatsen rijden,
Baantje glijden,
Heerlijk, roepen Jaan en Daan,
Een, twee drie, de schaatsen aan!

Maar o wee, dat nare ijs
Brengt ons Jaantje
En ons Daantje,
Arme stumpers, van de wijs.

"Op deez' schaatsen kan 'k niet rijden, "
Roept wanhopig arme Daan. 
 "'t Linkerbeen doet niets dan glijden
En op 't rechter kan 'k niet staan."

"'t IJs," zucht Jaan, "geloof mij vrij,
Is te glad voor jou en mij.
En de scheuren zie je niet,
Voor je valt, wat een verdriet.


 
Daarom je schaatsen gauw afgedaan
En op een drafje naar huis toe gegaan.
Ik rijd eerst jou, dan jij mij in de slee
De vogeltjes, broertje,  ze vliegen mee. " 

naar inhoud gelukkige uurtjes naar index