Jaap, Jo en zusje Jetje,
Die gingen naar het strand;
Ze droegen elk een schopje
En een emmertje voor zand.

Kijk, riep ons kleine Jetje,
Ginds zwemt een zwarte kip!
Wel nee, zegt lachend Jaapje,
Dat is een oorlogsschip.

'k Wil later, als ik groot ben,
Matroos worden op zee.
Toe, breng voor ons, zegt Jetje,
Dan wat garnaaltjes mee.

naar inhoud gelukkige uurtjes naar index