Moeder was in bed gebleven.
'Kougevat,' zei dokter Loor,
'k Zal u'gauw een drankje geven,
Houd u maar heel rustig, hoor!'

'Ja, maar 't werk moet toch gebeuren,'
Klaagde moe, 'de gang gedaan,
Afgenomen alle deuren,
En Betje is gisteren weggegaan.'

'Moesje, lig nu niet te tobben,'
Troostte Frida, 'ik weet raad,
Leni zet ik aan het schrobben,
U zult zien, hoe goed dit gaat.

Rie aan 't drogen van de pannen,
Voor de spiritus zorgt Saar
En voor 't vullen van de kannen,
Juist een werkje, moe,' voor haar.

Stoelen moeten ook gewreven,
'k Laat dat doen door onze To
'k Zal haar blik en borstel geven
En voor 't stoffen de plumeau.



Borstelen is Trui's lust en leven
Wie, die het zoo netjes' doet?
'k Heb haar uw japon gegeven
Zeg, moes, lijkt u dat niet goed?

'k Zal nu vlug het vuur opstoken,
'k Doe dan melk in deze pan,
Met wat griesmeel laat 'k ze koken,
'k Geloof het vast, dr smult u van.'

'Dat helpt meer dan menig drankje,'
Lachte moeder, 'ja ,'t is waar.
Frida, meisjes, hoor, ik dankje,
Jullie bent van zessen klaar.'

naar inhoud gelukkige uurtjes naar index