Annet, een briefje voor jou," zei moeder, toen Annet om twaalf uur uit school thuis kwam.
Hè, voor mij ?" Nieuwsgierig deed Annet 't briefje open.
O, Moeder, nu moet u eens luisteren en Annet las:

Lief vrouwtje,

Jij speelt altijd zoo mooi met mij. Den laatsten keer, weet je 't nog, met dat zwarte kluwen wol, jij wou mij foppen en deed net, alsof je een muisje had. Ik wist wel beter, maar tóch vond ik het een leuk spelletje.
En dan die lekkere kaakjes, die jij mij altijd geeft en gisteren weer dat balletje gehakt.
Ik zou daarom zoo dol graag altijd bij je wallen zijn; want ik houd héél veel van jou.
't Is hier zoo stil, nu mijn broertjes en zusjes weg zijn.
Moeder zit soms dagen op 't dak en dan weer in den kastanjeboom, ik ben dus veel alleen.

Een klein beetje bang ben ik wel voor Fidel, van wien jij mij altijd vertelt. Jij zegt, dat Fidel een lobbes is.
Ik weet niet, wat dat woord beteekent, maar als een lobbes lief voor poesjes is, kom mij dan halen.
Ik verlang erg naar je. Ik ga voor het raam in de voorkamer van je tante Mina zitten, om naar je uit te kijken, kom je?

Mimi.

„Je gaat natuurlijk niet," lachte moeder.
„Och, wat vind ik het leuk van tante Mina. 't Is zoo'n dot van een poesje."
Floep, was Annet de deur uit. Floep, kwam ze terug met Mimi op den arm. Of Fidel ook blij was?

 
   

 

naar inhoud gelukkige uurtjes naar index