Een kleine Waaghals.

Rijden in een auto, heerlijk,
En voor iedereen begeerlijk,
Alles vlieg je maar voorbij,
Bosch en beemd en hei en wei,
Paarden, koeien, ja zelfs schapen
Staan verschrikt je aan te gapen,
Trams en fietsen, wat 't ook zij,
Alles snor je maar voorbij,
Dorpen, steden, ja, wel tien
Kun je in één dag bezien.

Rijden in een auto, heerlijk!
En voor iedereen begeerlijk,

Maar je moet de kunst verstaan
Met de auto om te gaan,
Komt een ander achterop
Let dan toch vooral goed op,
Ja, dat moet je goed onthouden
Dat je altijd rechts moet houden,
Anders raak je, lieve tijd,
Been of arm of meer soms kwijt.
Vraagt een jochie: „Rijdt u mee?"
Zeg dan maar gerust van nee.
Voelt hij zich een heele Piet
Een auto sturen kan hij niet.

 

naar inhoud gelukkige uurtjes naar index