De kleine Postbode.

„Wat doe je toch, mijn kleine Door?"
„Och, moesjelief, 'k speel postkantoor.
Wordt vadertje een oude man,
Die moeilijk ver meer loopen kan,
Dan neem ik vaders blauwe jas
En ook zijn groote brieventasch
En breng U elken dag een brief.
Zeg, moesje, vind je dat niet lief?"

 

naar inhoud gelukkige uurtjes naar index