De eerste warme Dag

 

Ping, ping, ping-, ping, ping, ping, ping," slaat de pendule.
„Zeven," telt Jo, die juist wakker wordt. Wip, Jo het bed uit en op bloote voetjes naar 't raam. Ze duwt het gordijn wat op zij.
Heerlijk warm schijnt het zonnetje naar binnen. „Nu kan het," zegt Jo bij zichzelf. Trippeletrippeletrip.
Jo door de gang naar de slaapkamer van vader en moeder.

„Ma — Maatje," roep ze door het sleutelgat.
„Ja, ja, wat is er, wie roept daar?" vraagt Ma verschrikt.
„Ik ben 't — Jo. Maatje, 't is zulk heerlijk weer, 't is zoo warm! Nu kunnen we het toch wel doen."
„Wat doen, kindje?" klonk het van uit de slaapkamer.
„U hebt toch beloofd, dat we met den eersten warmen dag, op het bleekveld mochten ontbijten. Nu, nu is 't warm."

„Joop, dat lijkt me een uitstekend plannetje, we doen het, hoor," roept vader terug.
„Ik ben er al uit, kleed jij je maar gauw aan, kleine meid. Of ben je misschien al klaar?"
„Neen," lacht Jo, „ik ben nog in mijn nachtpon. Hoe ver is u al?"
„Ik ben bezig met mijn kuif."
„En u hebt bijna geen haar," schatert Jo. Daarna trippelt ze de lange gang weer door om Lenie en Fransje te roepen.

„We gaan toch niet op het land, waar de koeien zijn?" vraagt Frans voorzichtig.
„Neen, op 't land met de boterbloempjes. Trek maar gauw je schoenen aan.
O, kijk eens, pa en Griet brengen de keukentafel er heen," roept Jo een poosje later.

 
   

„We kunnen eigenlijk wel een wagen van Van Gend en Loos laten komen, dan kan die alles op 't bleekveld brengen.
't Lijkt wel een verhuispartij. Ik neem de broodtrommel maar vast mee, ma, want ik krijg honger."
„Ja, als ik niet zoo'n paar flinke helpstertjes had en zoo'n flink knechtje dan kwam ik ook nooit klaar," zegt moeder, terwijl ze het theeblad draagt.
„Leni, houd vooral het kannetje goed recht, dat je geen melk op je jurk morst en Jo, denk erom, dat jij je niet brandt aan den ketel met kokend water.
Ziezoo nu zijn we klaar," zegt moeder even later. „Wat toch een leuk zitje is het hier."

„Heerlijk smaakt die thee hier buiten, heb jij die gezet, Jo?"
„Neen, paatje, ik heb het water gedragen."
„Nu, dat kan ik proeven, hoor."
„En ik de melk!" roept Leen.
„En ik 't mutsje van den theepot," zegt Frans.
„Nog nooit zoo'n lekker kopje thee gehad," prijst vader.
„Heerlijk Jo, dat je ons geroepen hebt, kindje, 't Is eigenlijk de eerste warme dag!"

 

 

naar inhoud gelukkige uurtjes naar index