Ziezoo, kindertjes," zegt tante Mina, „nu zullen we nog eens zingen:
„Wij allen zijn zoo blij, zoo blij."

Nog maar drie dagen en dan is 't bruiloft. 't Zou leuk zijn, als jullie de liedjes allemaal goed kenden.
Wat zullen pa en ma ophooren.
Maar Fritsje, waarom zet jij toch zoo'n verbazend bedroefd gezichtje? Dat past in 't geheel niet bij het zingen van bruiloftsliedjes."

„Ik vind het niets prettig zoo vaak te moeten zingen. Ik wou zoo graag met mijn spoortreintje spelen."
„Kom, ventje, nog een paar liedjes. Het zou toch zoo aardig zijn, als je Zaterdag als een groote jongen, mee kon zingen."
„Hè, tante," zegt Jaap, „Didi is toch eigenlijk veel te klein om met ons bruiloftsliedjes te zingen. Ze komt altijd wel een regel achteraan."
„Ja, ventje, Didi doet maar zoo'n beetje mee voor spek en boonen."

„Ik houd niet van spek en ook niet van boonen," zegt Didi met een pruillipje.
„Wel van suikertjes?" vraagt tante.
„Wie zou daar niet van houden?"
„Dan zal ik morgen een zakje met bruidsuikers voor jullie meebrengen. Maar kijk eens, wat is 't al laat, ik moet zoo meteen naar huis. Nu allen nog eens flink gezongen. Kom, Frits, jij ook."

Tante speelt zacht op de piano:
Wij allen zijn zoo blij, zoo blij,
Nu 't groote feest is aangebroken.

Lou, Net en Jaap zingen met flinke stemmen. Frits doet in 't vooruitzicht van de suikertjes nu ook goed zijn best,
maar Didi heeft moeite bij te blijven. Natuurlijk denken allen in huis bijna aan niets anders dan aan het groote feest,
dat al zoo gauw zal wezen.

„St, daar komt ma aan, geloof ik," roept Net denzelfden avond en kruipt evenals Lou tot haar neus toe onder de dekens.
Voorzichtig steekt ze een poosje later haar neusje weer boven 't laken uit.
„'t Zal Griet geweest zijn," fluistert ze gerustgesteld, „die moest zeker iets van de linnenkamer halen."

Floep, twee kleine meisjes in lange, witte nachtponnetjes komen nu geheel boven de dekens uitspringen.
„Luister eens," zegt Net, „laten we nu spelen, dat mijn kussen, „pa" is, dit van jou „ma."
We zetten ze hier op dezen stoel en nu moeten wij voor ze zingen, omdat het bruiloft is. Eerst maar 't versje van:
„Wij zijn zoo blij, zoo blij."
„Ja, maar," zegt Net, „op een bruiloft komen toch altijd een heele massa menschen."
„Ja, dat is ook zoo, weet je wat? Deze waschkom moet tante Guus voorstellen," zegt Lou. „En de lampetkan oom Bram."
„En het zeepbakje tante Lien," giert Net.

 

Alles wordt in een kringetje op den grond gezet.
„Het borstelbakje oom Piet. De karaf tante Jo, want die komt ook op de bruiloft van pa en ma."
„Ja, en — enne — deze stoel oom Gerrit. En wat is hier nog meer?"
Lou kijkt eens rond — „dit spiegeltje Meta."
„Nu, zoo is het ook genoeg," vindt Net.

„Ziezoo, nu beginnen we, hoor, kom Net, geef mij de hand. Wat zullen we 't eerst zingen?"
„Ik weet 't niet. Tante Mien heeft ons zooveel versjes geleerd."
„Laten we dan maar eerst dat kiezen, wat we met ons beiden mogen zingen."
„Hoezee, nu is de dag gekomen," beginnen ze te zingen. Met proesten ze 't allebei uit.

„Nee, toe nu, Lou."
„Ja, maar," schatert Lou, „ik vind die kussens toch zoo'n leuke pa en ma."
„Ja en het zeepbakje zoo'n leuke tante Lien," giert Net, „en de lampetkan zoo'n —"

„Zeg eens, levenmaakstertjes, zijn jullie nog niet in bed?" komt er een stem van beneden. „Dadelijk gaan slapen, hoor."
Floep, Flip, holderdebolder springen Net en Lou in bed. „O wee, onze kussens," zegt Net en wipt er weer gauw uit.
Geen vijf minuten later slapen allebei en droomen zeker van een heel leuke bruiloft.

 

Den volgenden dag, als tante Mina weer komt, heeft ze werkelijk de beloofde bruidsuikertjes meegebracht. Dat lijkt Fritsje wel.
„Je zult zien, nu zingen jullie als lijsters," zegt tante, „want bruidsuikers en bruiloftsliedjes hooren bij elkaar."
„We zijn net vijf lijsters op één tak," zegt Jaap, als ze allen in een rij bij de piano staan.
„Ja," zegt Lou, „jij en ik zijn de oude lijsters en Frits en Didi de jongen, die kunnen nog niet zoo goed zingen."
„En wat ben ik dan," vraagt Net.
„Jij bent de tante lijster," bedenkt Jaap. „Lijsters hebben toch ook wel tantes."
„Ja, leuk," lacht Net.

„Nu, kindertjes, zoodra jullie je suikertje op hebt, beginnen we, hoor."
Even later zingen allen uit volle borst. Het jongste lijstertje snatert maar zoo'n beetje mee.
„Ziezoo, dat is prachtig gegaan," zegt tante, „ik hoor wel, dat jullie de versjes nu allemaal goed kent.
Wat zullen pa en ma Zaterdag staan te kijken van zulke knappe kinderen."

„Hè, ik kan bijna niet wachten, tot het Zaterdag is," zegt Lou.
„Net en ik hebben gisterenavond in bed al bruiloft gespeeld. Maar ma hoorde ons en toen zijn we gauw in bed gewipt," lacht Net.

 

 

„Ik kan ook wel pianospelen," zegt Didi opeens.
„O, ja, tante, gisteren is Didi op haar eentje piano gaan spelen. We wisten niet, wat we hoorden, zoo sloeg ze op de toetsen.
Maar Foxje houdt in het geheel niet van muziek. Hij begint altijd te huilen, als pa piano speelt en o, tante, wat hebben we toch moeten lachen. Fox wist zich geen raad en sprong op het tafeltje, vlak bij pa's vioolstandaard en toen begon hij toch zoo te huilen, dat wij de vingers in de ooren staken, maar 't leek zoo grappig,
omdat het muziekboek van pa openstond."

 
   

„Didi en Fox meenen zeker, dat we nu al bruiloft hebben," zei pa.
„Die arme Fox, die zal dan blij zijn, als de bruiloft achter den rug is," lacht tante.
„Nu, ik niet," zegt Jaap.
„En ik niet, en ik niet," roepen Net en Lou.

„Hebben Greet, Bram en Nelly hun versjes ook al geleerd, tante?"
„Nee, nee, die zingen niet, maar wat ze doen, dat zeg ik niet. Dat blijft een geheimpje, jullie zult het wel zien."
„Hè, toe, vertelt u het ons," bedelt Lou.
„Neen, neen, ik zeg niets."

Eindelijk was dan de bruiloft aangebroken. En plezier dat allen hadden!
Wat genoten pa en ma van de leuke versjes van de vijf lijstertjes. Maar ze wisten niet, wat ze zagen, toen Greet, Bram en Nelly ieder met een muziekinstrumentje binnen kwamen.

 
   



Greet stemde eerst haar kleine viool en toen dat gebeurd was, begonnen zij en Bram en Nel met hun drieën te spelen,
Greet op de viool, Bram op de fluit en kleine Nel op den triangel, 't Ging erg aardig.
Nel had het thuis iederen keer erg moeilijk gevonden, om te onthouden, wanneer ze op haar triangeltje moest slaan, maar tante Mien had toen gezegd: „Als Bram heelemaal op 't eind van zijn fluit b'aast, moet jij een tik met het stokje
op den triangel geven en op de bruiloft lette Nel daar heel goed op.

Ja 't was een heerlijk feest, en ieder vond het jammer, toen het voorbij was, behalve één — en dat was Fox.

 
   
   

naar inhoud gelukkige uurtjes naar index