't Bedroefde Schaapje.

Een schaapje staat daar, och zoo droevig alleen,
Het wil heel graag wand'len, maar weet niet, waarheen.
't Heeft hooren vertellen van de heerlijke wei,
Waar Meizoentjes bloeien, in de mooie maand Mei,
Waar haasjes rennen in snellen galop,
In dolle vaart buit'len over den kop.
„Ach," zucht het, „wist 'k toch den weg naar de wei."
„Die weet ik," roept Truusje. „Ga jij maar met mij!"

 

naar inhoud gelukkige uurtjes naar index