|
Vrijetijdsbesteding
De
winnaars van de tandemtoerrit
![]() Hengelen in verenigingsverband was ook aan het begin van de 20e eeuw al een populaire vrijetijdsbesteding. Soms trok men per boot naar een veelbelovende visstek, zoals deze leden van de afdeling Leeuwarden van de Nederlandse Hengelaarsbond in 1910.
Recreatieruiters
op het strand bij Scheveningen in 1913. |
Wennen
aan
Veel vrije tijd hadden
onze voorouders niet en toen ze die, mondjesmaat,
Hoe
brachten onze voorouders honderd jaar geleden hun vrije tijd door? En
wat deden ze tijdens de vakantie? Op het
platteland werd, zeker in het seizoen, van ‘s morgens vroeg tot De arbeiders
in de stad waren zelfs dát kwijtgeraakt.
Vrije
tijd hadden omstreeks de eeuwwisseling eigenlijk alleen Een
deel van hen zal ook wel verantwoordelijk zijn geweest voor De gezeten
burgerij hield zich in haar vrije tijd met andere zaken bezig. Velen waren,
overblijfsel van een vroegere tijd, lid van zangkoren of toneelgezelschappen. In een
feestrede uit 1912 heette het dat de burgerij van de betref-fende stad
naar de sociëteit kwam ‘om zich te verpoozen na den dagelijkschen arbeid,
om met elkaar te bepraten de geschiedenis van den dag, om met elkaar vroolijk
te zijn, om zich aan biljard-, kolf—, kegel- of kaartspel te wijden, kortom
om mee te leven Dat
deftige sociëteitsleven stond nogal in tegenstelling tot de wijze Vrije tijd als gevaar Vrije
tijd als middel tot ontspanning was aan het einde van Arbeid
waardeerden ze hoger dan niet werken; ledigheid was des duivels oorkussen.
Uithuizigheid
was in hun ogen een kwaad waartegen niet sterk genoeg gewaarschuwd kon
worden. De pastoors wilden dan ook het liefste dat hun schaapjes thuis bleven en in het gezin hun vertier zochten; de dominees hielden waarden als beroep en arbeid hoog en vonden veel vrije tijd een regelrechte bedreiging voor het zieleleven van hun gemeenteleden. En de socialistische leiders hadden vooral de verheffing van de arbeidersklasse op het oog. Tegen meer vrije tijd hadden ze geen bezwaar, mits de leden van hun organisaties die maar besteedden aan vakbondswerk en allerlei scholingscursussen. De
Nederlandse ideologiebepalers waren even ernstig als de Amerikaanse puriteinen
van die tijd: Met name deze ontwikkelingslijn leidde op de duur tot het accepteren, ook in Nederland, van wat wel de fun morality wordt genoemd: vrijetijdsbesteding louter omwille van het vermaak. De andere lijn, die van de zinvolle ontspanning, voerde naar actieve natuurrecreatie in gezinsverband of met vrienden; naar het verschijnsel van de volksbibliotheek en naar allerlei instituten, de volkshogeschool bijvoorbeeld waar velen vlijtig cursussen volgden om hogerop te komen of om hun vrije tijd nuttig door te brengen. |
|