Strandleven aan de Noordzee   Zomeravondsprookje
in Scheveningen

 

 

 

 

  Scheveningen was al aan het begin van de 20e eeuw
een juweel onder de Europese badplaatsen.
Dat dankte het aan zijn pier en zijn Kurhaus -en aan de heil-
zame werking van de zee.

Het strand van Scheveningen in 1906:
rotan strandstoelen om te zonnen,
al een hele drukte en in de verste verte geen bloot te bekennen…
Op de achtergrond het Kurhaus.

 

Badgasten genoeg aan de Nederlandse Noordzeekust anno 1900.
Maar ze moesten we een gevulde beurs hebben en een goede lichamelijke conditie. Want zwakke en gebrekkige personen 'hoorden niet aan het strand en nog veel minder in de woelige zee'.

Omstreeks 1900 was het in de badplaatsen aan de Engelse en Franse kust, aan het Duitse deel van de Oostzee, dichterbij in Oostende en ook aan het Nederlandse Noord-zeestrand al betrekkelijk druk.
Duitse reisgidsen roemden Domburg, Katwijk en Zandvoort -maar toch bovenal Scheveningen.

Scheveningen was een juweel.
Die faam dankte het aan zijn Kurhaus, zijn hotels, zijn boule-vard en zijn pier.
Al in 1883 was het gemeentelijke badhuis door de Maat-schappij Zeebad Scheveningen omgetoverd tot een Kurhaus van internationale allure.

Aansluitend werden in de buurt ervan tientallen villa's voor de demi-monde gebouwd en reeds vóór 1900 trok Scheve-ningen in het zomerseizoen tamelijk veel akantiegangers.
Dat aantal verveelvoudigde nadat prins Hendrik op 6 mei 1901 de Scheveningse pier had geopend.

 

 

lees hier meer over het Kurhaus...

lees hier meer over de Scheveningse Pier...

 

 

 

 

Onder leiding van de Belgische ingenieur E.Wyhofski en
de Haagse architect B.van Liefland was er anderhalf jaar aan gebouwd.
Hij had een lengte van 375m. (400m. zelfs als men de brug over de boulevard meerekende) en bestond uit een houten wandeldek van acht meter breed dat rustte op 318 stalen poten.

Halverwege was een zeshoekig pleintje met kiosken waar
de wandelaar een verfrissing kon gebruiken; aan het einde bevond zich een platform van 64 bij 62 en met een café-variété in Jugendstil voor meer dan duizend bezoekers. Vrijwel dagelijks speelde daar de Kurkapelle.

In de zomer van 1901 bezochten meer dan 800.000 mensen het nieuwe fenomeen: bijna vier keer zoveel als
Den Haag inwoners had.

Vooral de elektrische lantaarns maakten de pier voor
de tijdgenoten tot een zomeravondsprookje:een helle lichtstreep boven de golven van de zee.

 

 

 

     

 

Voor wie zich in badpak wilde steken
waren er de verrijdbare kleedhokjes aan het begin van het strand.
De eerdere strandkoetsjes die met (vrouwelijke) badgast
tot in de branding werden gereden waren in 1911,
het jaar van deze opname, al verdwenen.











Het strand bij IJmuiden in 1911.
Zelfs bij de jeugd bleef het bloot beperkt tot hooguit iets boven de knie -voor jongens.
De ouderen kijken waakzaam en waardig toe.

 

KUREN AAN ZEE

Behalve door dagjesmensen die naast hun picknick-koffertje meestal aangekleed op het strand zaten, werd Scheveningen vooral bezocht door gezondheidstoeristen: welgestelde, veelal oudere mensen uit Nederland of Duitsland.
Het grootste gedeelte van de tijd zaten ze in hoge badstoelen voor hun hotel.

Ze kwamen voor de gezonde zeelucht en voor de moderne badinrichtingen waarin ze, onder leiding van een badarts, zeebaden konden nemen om verlost te worden van allerlei kwalen.
Wie zich slap voelde of de naweeën van griep of bronchitis kwijt wilde, ging in die tijd vier weken 'kuren' als hij er tenminste het geld voor had.

Scheveningen had als Kurort een goede naam.
De ervaren en verwende gasten die het Europese gezond-heidscircuit dikwijls kenden als hun broekzak,
constateerden tevreden dat ze gebruik konden maken van een 'inhalatorium' volgens Emser-model
en van een 'Zanderinstituut' dat voorzien was van de nieuw-ste toestellen.

In de lange rij Kurorte aan Oost- en Noordzee werd Scheveningen dan ook beschreven als een badplaats 'niet ver van Den Haag en in de nabijheid van het prachtige Haagsche bosch, die uitmunt door zijn voortreffelijke inrichtingen, terecht een der beroemdste zeebaden, 't welk jaarlijks door duizenden uit alle landen van Europa bezocht wordt'.

Wie zich aan de strenge regels van een zeekuur onderwierp had het overigens druk en zeker niet gemakkelijk.
Eerst moest de aard van de ziekte of het ongemak worden vastgesteld.
Vervolgens werd het dieet bepaald en stelde een arts vast welke baden de patiënt moest nemen, wanneer hij moest rusten, hoe lang hij de zeelucht mocht opsnuiven en welke vorm van lichaamsbeweging het beste bij zijn ziektebeeld paste.

Bij zeebaden zoals in Scheveningen ging het vooral om
de hoeveelheid zouten in het water en om de golfslag;
deze laatste, zo was de opvatting, prikkelde de zenuwen
en versterkte het zenuwstelsel.
Bovendien was de zeelucht heilzaam omdat ze vrij was van stof en schadelijke gassen en veel zuurstof en ozon bevatte.
Door ze diep in te ademen werd de bloedsomloop versterkt en de stofwisseling bevorderd.
Maar lang niet voor een ieder was zo'n kuur aan zee aan te bevelen.
Ze was onder andere geschikt voor mensen die overspannen waren of aan een slepende zenuwziekte leden.
Maar 'het gebruik van zeebaden is alleen aan te raden voor betrekkelijk krachtige personen; zwakke, zeer gevoelige en gebrekkige personen horen niet aan het strand en nog veel minder in de woelige zee'.



 

ZEEWEG NAAR SCHEVENINGEN

Beroemd was in die tijd ook de weg van Den Haag naar Scheveningen.
Het plan voor deze 'zeeweg' was ontworpen door de 17e eeuwse dichter Constantijn Huygens, niet alleen als attractie voor vreemdelingen, maar ook voor het vervoer van verse vis naar Den Haag.

Tegenvaller was dat langs deze straatweg, in 1653 totstandgekomen, aanvankelijk zo weinig werd gebouwd.
Eigenlijk gebeurde dat pas aan het begin van de 20e eeuw, na de versnippering van het grote landgoed Zorgvliet tussen Scheveningen en Den Haag.
In de jaren daarop verrezen hier de eerste villa's en herenhuizen, met name langs de Oude Weg, de Parklaan en de Badhuisweg.

     

naar inhoud 1900 naar index