Predikant in harnas

 

 

 

 

 

 

Dr. Abraham Kuyper,
de antirevolutionaire staatsman die, bijna eigenhandig,
de emancipatie van de Nederlandse gereformeerden tot stand bracht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kuyper in een van de talloze politieke spotprenten
waarin zijn tegenstanders hem op de korrel namen.

Op deze tekening wordt de spot gedreven met zijn streven
het Nederlandse leger droog te leggen - hoewel daar alle reden toe was.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kuyper (met stok),
'in de nadagen van zijn politieke loopbaan
gefotografeerd op het station van Utrecht
bij het vertrek in 1912 van een Nederlandse ambulance-eenheid
naar de Balkan.
Zijn dochter maakte deel uit van het team.
Naast Kuyper zijn al even befaamde partijgenoot Hendrik Colijn.

 

ABRAHAM KUYPER
(1837-1920)

 

Zijn persoonlijke fouten ten spijt ging Abraham de Geweldige de geschiedenis in als leider en politiek organisator van de 'kleine luyden', het gereformeerde deel van de Nederlandse bevolking.

Kuyper richtte een eigen kerk op, stichtte de Vrije Universiteit in Amsterdam, legde de grondslag voor de ARP en probeerde in zijn jonge jaren matrozen het vloeken af te leren door hun, behalve wat vrome traktaatjes, de sigarendoos van zijn vader aan te bieden.

Net als Goeman Borgesius beschouwden velen van zijn tijdgenoten
het politieke bedrijf als de kunst van het haalbare.
Zo niet Abraham Kuyper.

Voor deze gereformeerde domineeszoon uit Maassluis was politiek eerder de kunst van het onmogelijke. Hij zag zichzelf als een 'man Gods' die onvoorwaardelijk, hard en rusteloos ten strijde trok,
bezeten van zijn overtuiging en 'ziende op het gebod, blind voor de uitkomst'.

Meer dan enig ander staatsman van omstreeks de eeuwwisseling beschikte Kuyper bovendien over charisma.
'Zijn volgelingen houden hem voor een profeet, zij vereeren hem en laten hem niet los, al doet hij nog zoo gek,'
aldus zijn vriend en latere rivaal A.F. de Savomin Lohman.

Kuyper begon zijn loopbaan als tegenstander van de constitutionele staat en de liberale beginselen van de Franse Revolutie. De benaming van zijn antirevolutionaire beweging vond in deze aversie haar oorsprong. In zijn verzet tegen de heidense en verderfelijke trekken van het moderne leven beperkte hij zich echter niet tot de verdediging.

Hij koos, integendeel, voor de aanval en werd zelf een vernieuwer
door de opbouw van een volksbeweging die gestoeld was op
de calvinistische beginselen.
Met zijn motto 'soevereiniteit in eigen kring' liet hij weten dat,
naar zijn opvatting, alle soevereiniteit van God komt en de mens daaraan in eigen levenskring gestalte moet geven.
In geen geval heeft de staat het recht zijn leer aan de burgers op te dringen.

In zijn kring wilde hij in ieder geval een bolwerk vormen voor een protestantse natie van waaruit Nederland ooit opnieuw zou worden gekerstend. Om dat bolwerk mogelijk te maken was echter de emancipatie nodig van het gereformeerde deel van de Nederlandse bevolking,de 'kleine luyden' zoals hij hen met enige liefkozing placht aan te duiden. En hoe onhaalbaar veel van zijn projecten later ook bleken, die emancipatie bracht hij tot stand.

SIGAREN TEGEN HET VLOEKEN

Reeds als kind was Kuyper bezield door bekeringsijver.
Zo trachtte hij een groep matrozen eens het vloeken af te leren
door hun een traktaatje van zijn vader voor te lezen - en de ruwe zeebonken tegelijkertijd diens sigarendoos aan te bieden.
In zijn studententijd stond hij een tijdlang onder invloed van de moderne theologie die de Bijbel wilde onderwerpen aan wetenschap-pelijke kritiek.
Uit die benadering putte hij wel intellectuele maar weinig emotionele bevrediging. Het was dan ook niet zo vreemd dat in een periode van overspannenheid en crisis zijn bekering begon tot het orthodoxe geloof.

In 1863 vestigde hij zich als gereformeerd predikant in het Betuwse dorp Beesd. Daar kwam hij in contact met een gemeenschap van steil-gelovige boeren en kleine burgers.
Kuypers ambities gingen echter verder dan een nederig bestaan als dorpspredikant; daarvoor waren zijn intellect en zijn geldingsdrang te groot.
Hij wijdde zich meer en meer aan zijn publikaties, die in kerkelijke kring veel stof deden opwaaien door hun radicale opvattingen,
onder andere over de democratisering van het kerkbestuur.

In 1867 werd hij beroepen te Utrecht, in die tijd het centrum van de gevestigde orthodoxie, en in 1870 werd hij door het kiescollege van de Hervormde Kerk in Amsterdam binnengehaald als voorman van
de orthodoxen in de kerkeraad.

Door zijn felle predikaties nam zijn populariteit onder het gewone kerkvolk snel toe - maar de leidende figuren in het kerkbestuur vielen hem een voor een af. In hun ogen verstoorde hij de rust en harmonie.

Een nieuwe kans tot ontplooiing kreeg Kuyper in 1872, na de oprichting van het antirevolutionaire dagblad 'De Standaard'
waarvan hij hoofdredacteur werd. Hij had nu ook een politieke spreekbuis voor zijn overtuiging en voor zijn grimmige strijd tegen
de liberale staat en een al te vrijzinnige kerk.
Gaandeweg werd hij de leider van de gereformeerden en kon hij zijn plannen gaan ontwikkelen.

VAN DROOM NAAR WERKELIJKHEID

De zgn. 'schoolkwestie' vormde de aanleiding voor een politieke organisatie. De liberale Onderwijswet van 1878 voorzag alleen in overheidssubsidies aan het neutrale staatsonderwijs.

Tegen deze beperking kwam het christelijke volksdeel in verzet. Kuyper organiseerde een volkspetitionnement: een handtekeningen-actie onder een verzoek aan koning Willem III de betreffende wet niet te ondertekenen.
De actie kon de wet weliswaar niet tegenhouden, maar had wel 'tienduizenden in den lande wakker geschud'.
Dat leidde in 1879 tot de oprichting van een centraal comité ter over-koepeling van de antirevolutionaire kiesverenigingen, de kiem van de Anti-Revolutionaire Partij.
Geleid door Kuyper en uitgerust met het door hem geschreven politieke programma ('Ons Program') werd de ARP de eerste moderne politieke partij van Nederland.

Het streven naar soevereiniteit in eigen kring ging overigens, verder dan politieke machtsvorming alleen.
Daarom richtte Kuyper in 1880 ook een eigen, wetenschappelijk instituut op, de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Los van de staat werd daar academische scholing gegeven in streng-gereformeerde geest. Zelf nam hij een aantal leeropdrachten voor zijn rekening.
Ook binnen de concurrerende Hervormde Kerk slaagde Kuyper erin een kring van aanhangers tot stand te brengen.

In 1886 kwam het binnen dit kerkgenootschap dan ook tot de lang verwachte (en voorbereide) breuk tussen het moderne en liberaal georiënteerde bestuur en Kuypers orthodoxe aanhang.

Tot zijn dood zou hij vervolgens de geestelijke en wereldlijke leider blijven van een nieuw gevormde kerkelijke beweging, de 'Doleantie', die in 1892 met de 'Afgescheidenen' samenging onder de naam Gereformeerde Kerken in Nederland.

De verkiezingen van 1901 betekenden voor Abraham Kuyper zijn politieke triomf en vormden tevens het begin van zijn ondergang.
De antirevolutionairen profiteerden verhoudingsgewijs sterk van
de uitbreiding van het kiesrecht en behaalden, samen met de rooms-katholieken, een kamermeerderheid.

Kuyper werd minister-president in een door hem gedomineerd
kabinet; 'de droom was werkelijkheid geworden'.
Maar oppositie voeren bleek hem beter af te gaan dan regeren. Tientallen jaren lang had hij een progressief sociaal beleid gepropageerd - maar nu hij de kans kreeg, maakte hij de verwachtingen niet waar. Integendeel.

In 1903 moest hij het hoofd bieden aan twee ernstige spoorweg-stakingen en daarop wist hij niet beter te reageren dan met de zgn. worgwetten het stakingsrecht in te perken.
Vooral de sociaal-democraten hebben hem dat nooit vergeven.
In 1905 leed de coalitie een verkiezingsnederlaag die voornamelijk aan hem persoonlijk te wijten was.


Hij verwachtte wel als minister-president terug te zullen keren, maar onderschatte het feit dat velen - van de koningin en de leidende kringen tot aan de arbeiders toe - daar eigenlijk niet van gediend waren.
Om zijn dominerende regeerstijl en ongeoorloofde bemoeienissen met het buitenlandse beleid werd hij buiten de kabinetsformatie van 1908 gehouden.
In 1910 werd Kuyper vervolgens door de linkse pers ernstig in diskrediet gebracht met de zgn. 'lintjeszaak'.
Als minister van Binnenlandse Zaken had hij de Amsterdamse koopman R. Lehman aan een ridderorde geholpen in ruil voor een aanzienlijke storting in de partijkas van de ARP.
Kuypers politieke rol was daarmee definitief uitgespeeld, hoewel hij
als publicist en partijman de aanvoerder bleef van zijn 'kleine luyden'.

naar inhoud 1900 naar index