NEDERLAND
EN DE BOERENOORLOG

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijdens de tweede Boerenoorlog
kwam de sympathie voor de Boeren van de Nederlandse bevolking
ondermeer tot uitdrukking in een stroom van populair drukwerk.

Deze ansichtkaart verwijst naar
aanvankelijke successen
van de Boeren bij Mafeking en Ladysmith.

 

 

 

 

 

Paul Kruger
kwam in december 1900
met een Nederlands oorlogsschip naar Europa
om steun te zoeken voor de Boerenzaak.
Door de bevolking werd hij met grote geestdrift ontvangen,
vooral in Nederland,
maar van de regeringen kreeg hij nul op het rekest.

 

 

 

 

 

 

Een batterij veldgeschut van de Boeren
kort na het uitbreken van de vijandelijkheden.
Een tijdlang boekten de Boeren succes
doordat ze in staat bleken hun beperkte artillerie
snel van de ene plaats naar de andere te brengen.
Later was dit onvoldoende
tegen de numerieke en materiele overmacht van de Engelsen.

 

IN DE BRES
VOOR OOM PAUL

 

 

De tweede Boerenoorlog (l 899-1902) maakte in Nederland heftige emoties los en die waren, op z'n zachtst gezegd, fel anti-Brits.
De regering zat ervan meet af aan behoorlijk mee in de maag.

Vlijmscherpe spotprenten en gezwollen teksten over godvrezende Boeren die door de imperialistische Engelsen in de tang werden genomen, dreven het Nederlandse kabinet danig in het nauw.
Vooral de minister van Buitenlandse Zaken moest het ontgelden.


Toen op 11 oktober 1899 de tweede Boerenoorlog uitbrak -
de Zuid-Afrikaanse Republiek en de Oranje-Vrijstaat verklaarden Engeland de oorlog - ging er een golf van anti-Britse emotie door Nederland. De sympathie voor beide Boerenrepublieken had
een breed maatschappelijk draagvlak en werd op velerlei wijze tot uitdrukking gebracht. De bewondering voor het heldhaftige optre-
den van de Boeren, die hun land verdedigden tegen de imperia-
listische Engelsen, vond haar neerslag in veel bloemrijke taal en scherpe spotprenten.
'Geuzen' werden ze genoemd, deze eerlijke, hardwerkende lieden die op hun hofsteden ploeterden om de kost te verdienen en bovendien zeer godvrezend waren.
Ze stonden model voor een samenleving die nog niet was aangetast door de industrialisatie.
In de Britten daarentegen kon de Nederlandse publieke opinie in de jaren van de Boerenoorlog (1899-1902) alleen de slechtste kanten van het menselijke karakter ontdekken. In hun onverza-
digbare honger naar macht en grondgebied konden ze zelfs deze twee Boerenrepubliekjes met hun goudmijnen niet met rust laten. Ze voerden de oorlog met de verschrikkelijkste middelen, brand-
den boerderijen plat en schrokken er niet voor terug vrouwen en kinderen op te sluiten in concentratiekampen — een nieuw begrip. De pers veroordeelde het Britse optreden als 'hemeltergend onrecht'.

KABINET OP KOUSEVOETEN

Deze volstrekte afwijzing van het Britse optreden tegen de Boeren berustte zeker niet uitsluitend op nationalistische sentimenten.
In de jaren na 1880 waren verscheidene groeperingen in Neder-land de in dat jaar onafhankelijk geworden Boerenrepublieken gaan zien als een soort 'Nieuw-Nederland'.
De vrees leefde dat Nederland als Europese natie zou verdwijnen na een nieuwe oorlog tussen Frankrijk en Duitsland.
De taal- en stamverwantschap die velen met de Boeren voelden, kon daarom maar beter verder worden ontwikkeld. Bovendien had Nederland een rol van betekenis gespeeld bij de opbouw van de Boerenrepublieken. Veel Nederlanders hadden zich als immi-
grant in Zuid-Afrika gevestigd of waren in dienst van de Boeren-
regeringen getreden. Een paar cijfers kunnen dat illustreren.
In 1898 werkten 1500 Nederlanders bij de Nederlandsch Zuid-Afrikaansche Spoorweg-Maatschappij die met Nederlands kapitaal was aangelegd door Nederlandse ingenieurs; van de 836 onder-
wijzers in Transvaal kwamen er 300 uit Nederland; 306 landge-
noten werkten als ambtenaar voor de Boerenrepublieken:
17,1 procent van het totale ambtenarenkorps.
De regering deelde de betrokkenheid met het lot van de Boeren, maar kon er in verband met haar neutraliteitspolitiek vrijwel geen uiting aan geven — dit in tegenstelling tot de openbare mening en individuele politici als de antirevolutionaire voorman Abraham Kuyper. Ze wilde ten gunste van de Boeren alleen optreden als ze zich daarmee niet de vingers zou branden.
Toen de Britten begin 1896 een (mislukte) inval deden in de Boer-
enrepublieken stuurde ze dan ook geen oorlogsschip, zoals presi-
dent Paul Kruger had gevraagd, maar liet ze het bij een telegra-
fische gelukwens die zo voorzichtig was gesteld dat de Britse regering er met de beste wil van de wereld geen aanstoot aan kon nemen.
Ook vóór het uitbreken van de oorlog in 1899 was het kabinet trouwens al met het parlement in aanvaring gekomen omdat het de Boerenrepublieken niet had uitgenodigd voor de Haagse Vredesconferentie. Niet zo vreemd trouwens, die handelwijze; had de regering dat wel gedaan, dan zou Engeland zeker van de confe-
rentie zijn weggebleven, Aan Kuyper bood dit alles de gelegenheid de oppositionele trom te roeren.
Hij verweet minister W.H. de Beaufort van Buitenlandse Zaken dat deze meewerkte aan de 'internationale doodverklaring' van
de 'stam- en taalverwante' republieken.

KRUISER NAAR AFRIKA

Na het uitbreken van de Boerenoorlog waren de reacties niet van de lucht. De Nederlandsche Zuid-Afrikaansche Vereeniging stelde onder de titel 'Aan het Volk van Groot-Brittannië' een manifest op dat door 140.000 Nederlanders werd ondertekend.
Hulpcomités schoten als paddestoelen uit de grond; inzamelings-acties brachten 1,3 miljoen gulden op.
Om bekendheid te geven aan de zaak van de Boeren werd in Dordrecht een persbureau opgericht dat o.a. een 'Appèl' richtte aan de landen die hadden deelgenomen aan de Haagse Vredes-conferentie.

Met deze en andere acties zat de regering behoorlijk in de maag. De meeste zorgen maakte zij zich echter over de anti-Britse propaganda-activiteiten. Ook raakte ze in een moeilijk parket door het agressieve Britse optreden in Zuid-Afrika tegen Nederlanders en hun bezittingen aldaar en door de internering van het Neder-
landse spoorwegpersoneel. Het kabinet ondernam een aantal vredespogingen, maar dit gebeurde achter de schermen zodat er volop ruimte was voor kritiek.
Vooral in minister De Beaufort zag de publieke opinie de belicha-
ming van een beleid dat de Boerenrepublieken aan hun lot overliet. Op hem richtte zich dan ook alle gram. Er gingen geruchten over een demonstratie bij het Britse gezantschap, over een fel adres aan koningin Victoria en over een petitionnement tegen het buitenlandse beleid van de regering. Uiteindelijk besloot het kabinet een ferme daad te stellen die de critici de wind uit
de zeilen zou nemen: ze stuurde de kruiser 'Gelderland' naar Lourenc Marques (in de Portugese kolonie Mozambique) om president Kruger op te halen en naar Europa te brengen. In Nederland viel 'oom Paul' bij het publiek (en bij koningin Wilhelmina) een enthousiast welkom ten deel. Voor de regering was belangrijker dat de anti-Britse sentimenten nu tot ontlading konden komen.

Dat laatste was belangrijk omdat de regering zich niet kon permitteren Londen tegen zich in te nemen; als reactie zou Engeland immers weleens iets kunnen ondernemen tegen Nederlands-Indië. Tot zover was Nederland erin geslaagd buiten schot te blijven, voornamelijk door niets te doen dat de Britten in het verkeerde keelgat zou kunnen schieten. Voor het vasthouden aan deze politieke lijn moest vooral De Beaufort de prijs betalen: hij kreeg een stortvloed aan verwijten over zich heen om zijn gebrek aan betrokkenheid bij de zaak van de Boeren.

Groot was dan ook de vrees dat Kuyper, die in 1901 minister-president werd, een anti-Britse koers zou gaan varen.
Maar ook de antirevolutionaire leider zette de neutraliteitspolitiek vastberaden voort. Anders dan hij in zijn publieke optreden deed voorkomen, was hij al vóór het uitbreken van de oorlog tot het inzicht gekomen dat het voortbestaan van de Boerennatie alleen mogelijk was binnen het staatkundige verband van het Britse imperium. Bovendien dreigde door de Britse bezettingspolitiek nu de fysieke ondergang van die natie. Kuyper oefende op de Boeren dan ook aandrang uit tot een vredesregeling te komen, met maar desnoods ook zonder behoud van een onafhankelijke staat.
Een Nederlands aanbod tot bemiddeling wees Londen resoluut van de hand. Pas na rechtstreekse onderhandelingen tussen Boeren en Britten maakte de vrede van Vereeniging op 31 mei 1902 een einde aan de oorlog.

naar inhoud 1900 naar index