|
Man
en vrouw
in de klederdracht van Zuid Beveland
|
|
Klederdrachten
Hoewel aan het einde van de 19e eeuw nog op talrijke plaatsen lokale of
regionale klederdrachten in zwang waren, was dit kleurrijke verschijnsel
toen al op zijn retour.
Oorzaken
waren onder andere
de doorbreking van het isolement waarin grote delen van het land tot dan
toe hadden verkeerd en het teloor gaan van de regionale identiteit ten
gunste van een nationale.
Bovendien was de vaak zeer rijk uitgevoerde dracht nogal kostbaar, zeker
in vergelijking met confectiekleding.
|
|
Overijssel

Vrouwendracht
in het begin van 1900
in Zalk, Wilsum en IJsselmuiden


een
van de klederdrachten die tot begin 1900
gedragen werden in delen van Noord-Holland

Twee
vrouwen
in de dracht van het Friese Hindeloopen.

Koningin
Wilhelmina was zich terdege bewust
van de nieuwe betekenis van klederdrachten
en liet zich herhaalde malen afbeelden
in Fries kostuum.
Ter ere van haar inhuldiging in 1898
werd in het Stedelijk Museum te Amsterdam
een fraaie overzichtstentoonstelling ingericht
van Nederlandse klederdrachten,
die bijzonder druk werd bezocht.


klederdracht
in reclame rond 1900
|
|
Staphorst en Rooveen
In de
gemeente Staphorst zijn een groot aantal gebruiken van een ver verleden
blijven voortbestaan.
Een
van deze gebruiken is de kleder-dracht. Het wordt voornamelijk nog gedragen
door vrouwen.
De klederdracht in de dorpen Staphorst en Rouveen wordt gehandhaafd door
de waarde die men er aan toekent.
Niet
voor het toerisme zoals sommigen denken.
De dracht lijkt in grote lijnen uniform,
maar is het niet.
De vrouw
speelt buiten de rouwperiode graag met kleuren, vooral wat de kraplap
betreft.
De klederdracht is te onderscheiden naar:
-door
de weekse dracht en zondagse dracht.
-van kind naar volwassen dracht.
-al dan niet in rouw.
-zomerse en winterse dracht.
-bij
niet rouw meer rood omslagdoek, kraplap, daagse muts
-bij lichte rouw meer blauw .
-bij zware rouw meer zwart.
Het
fleurige karakter van het Hindelooper kostuum, vooral als men uit de rouw
is,
is te danken aan het gebruik van sits en Oost-Indisch bont.
Sits is een kleurrijke, met bloemmotieven beschilderde katoenen stof,
oorspronkelijk door de VOC uit India geïmporteerd.
Oost-Indisch bont is een geruite stof, eveneens uit India afkomstig.
Men
kon vroeger in Hindeloopen, aan
de hand van een aantal kostuum-onder-
delen, in één oogopslag zien of een vrouw getrouwd of ongetrouwd
was.
Aan de kleuren van het kostuum is te zien of een vrouw al dan niet in
de rouw is.
Diverse sieraden van goud of zilver maken het kostuum compleet.
In de werkkleding werden kostbare stoffen als sits en Oost-Indisch bont
maar mondjesmaat gebruikt.
De kleding
van de mannen, grootschippers en andere zeelui, was veel minder uit-
bundig dan de kleding van de vrouwen.
Naast de zwarte lakense jas en de zwarte broek vormt het wolhemd het enig
kleur-
rijke onderdeel.
Dit kostuum is eigenlijk een restant van
de algemene modedracht uit de 18e eeuw.
Eendracht
door klederdracht
Nederlandse
klederdrachten waren bijzonder geliefd als vaderlands symbool.
Zij werden na 1800 steeds minder gedragen, maar nu wel erkend als typische
voortbrengselen van de nationale cultuur.
Daarom kregen klederdrachten in 1887 ook een plaats in de zalen van het
Nederlandsch Museum, dat samen met de nationale kunstverzameling van het
Rijksmuseum was gehuisvest in het nieuwe museumgebouw te Amsterdam.
|