|
100
jaar onafhankelijkheid
De
penning die in 1913 werd geslagen
ter gelegenheid van het herstel van de onafhankelijkheid.
feesten
in Zaandam
Op
veel plaatsen werden in 1913
historische taferelen uit Nederlands roemrijk verleden opgevoerd.
In Zaandam speelde men de aankomst na van de prins van Oranje
(de latere koning Willem I) te Scheveningen, in 1813
Herdenkingsprenten
en Feest, ook in Bandoeng

boven:
Een van de talloze
herdenkingsprenten
die in 1913 gretig aftrek vonden bij het publiek.
De aankomst van de prins te Scheveningen,
het prille begin van de Nederlandse monarchie.
onder:
Indië feestte opgewekt mee,
geheel in eigen stijl werd in Bandoeng
een exotische maar rommelige optocht gehouden
|
Een
hart onder de riem
van de natie
Viering
in 1913 van het herstel
van de onafhankelijkheid
In
een tumultueus Europa had Nederland behoefte aan eigen nationale grootheid.
Bij
de viering in 1913 van het herstel van de onafhankelijk-heid werd daarom
teruggegrepen naar de heldendaden van vroeger.
Napoleons
naam besmeurd
In 1913
vierde Nederland op luisterrijke wijze dat het honderd jaar geleden onafhankelijkheid
had herwonnen - onafhankelijk dan van Frankrijk en zijn gehate tiran,
keizer Napoleon.
Alsof men zijn gal nog steeds kwijt moest, trokken redenaars en schrijvers
van herdenkingsboeken tegen
de Franse despoot van leer.
Lees bijvoorbeeld het rijmpje waarvan de eerste letters van boven naar
beneden diens naam opleveren:
Neêrlands gesel, menschenmoorder,
Armoedzaaier, rustverstoorder,
Pest der menschen, oorlogskweker,
Oproerkraaijer, woordverbreker,
Landverrader, Godverzaker,
Echtverbreker, oproermaker,
O monster voor de hel bekwaam,
Neem d'eerste letters, 't is uw naam
De bevrijding
van de Franse overheersing in 1813 werd aangedikt tot
een nationale gebeurtenis van betekenis die nog steeds het vieren waard
was.
Want daarna, zo wilde men het volk doen geloven, was Nederland in eendracht
rondom de Oranjetroon een welvarend koninkrijk geworden.
Dat was pure onzin, Nederland wás in 1813 geen konink-rijk geworden;
het had er na de val van Napoleon bovendien toch wat anders uit gezien
dan honderd jaar later. Maar daar ging het ook niet om, in 1913.
Al klopte het dan niet dat Nederland al in 1813 een koninkrijk was geworden,
de nadruk tijdens het eeuwfeest van 1913 lag wél op monarchie en
Oranje.
De officiële ideologie luidde dat de Republiek der Zeven Verenigde
Nederlanden vroeger, en nu dan het koninkrijk, altijd onlosmakelijk verbonden
waren geweest met de dynastie van Willem van Oranje, de Vader des Vaderlands
en de man die het land had bevrijd van Spanje.
Dat de Oranjes tot de tijd van Napoleon allesbehalve boven de partijen
hadden gestaan, was vergeten.
Oranje symboliseerde de eendracht van de natie, tot in
de 19e eeuw zelfs van een protestantse natie.
Ook dat laatste klopte niet; het katholieke volksdeel was numeriek sterk
en bleek in zijn emancipatieproces onverwacht vitaal.
Op zoek naar nationale grootheid
Bij
het zoeken naar een nationale identiteit was er in
de eerste plaats natuurlijk de vrijheidsstrijd in de Tachtig-jarige Oorlog
waarin de geuzen Alva hadden weerstaan en Willem van Oranje de verbreiding
van het protestantisme had mogelijk gemaakt.
Een worsteling om godsdienst en vrijheid -althans in de officiële
visie.
Dat de katholieken wel eens een wat ander beeld van dat glorieuze stukje
geschiedenis zouden kunnen hebben, werd een beetje weggemoffeld.
Dan was er natuurlijk de Gouden Eeuw met zijn welvaart, zijn handelstochten
van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, de schilderkunst van Rembrandt,
Frans Hals en vele anderen,
de oorlogen met Engeland en de Europese rol van koning-stadhouder Willem
III als leider van een grote coalitie tegen de Franse 'Zonnekoning' Lodewijk
XIV.
Veel van dat alles was in de tweede helft van de 19e eeuw al gevierd en
herdacht - Vondel, de slag bij Heiligerlee, de verovering van Den Briel
- en met de oprichting van standbeelden voor grote Nederlanders uit die
tijd, Vondel, Rembrandt, admiraal De Ruyter was de monumentalisering van
het glorierijk verleden eigenlijk al begonnen.
Maar
er was meer, en van recentere datum.
Ook
over de helden uit de strijd tegen de opstandige Belgen, in de jaren 1830
en 1831, werd behoorlijk uitgepakt.
Nog recenter voor de generatie van omstreeks 1900 waren de grootste daden
die Nederlanders verrichtten in het verre Indië.
Onze troepen brachten rust en vrede in gebieden waar tot dan toe voortdurend
gevochten werd, tussen de volken onderling of tegen het Nederlandse gezag.
Een van de hoogtepunten uit die campagne was de pacificatie van Atjeh,
in het noorden van Sumatra, door generaal van Heutsz - in feite een koloniale
oorlog die bijna dertig jaar duurde.
Ook Van Heutsz was een held die door vorst en vaderland gehuldigd en geprezen
werd.
Geen verachtelijke koloniale onderdrukker zoals nu vaak wordt gevonden,
maar een bevelhebber die een ethische opdracht uitvoerde: hij bracht Indië
vrede, welvaart en ontwikkeling.
Wie eveneens werden geëerd waren de Nederlandse en Indische 'helden
van Lombok' die kort voor het einde van de vorige eeuw een grote opstand
op dit Soenda-eiland hadden neergeslagen - met de allergrootste moeite
en pas nadat ze aanvankelijk een even verrassende als veront-rustende
nederlaag hadden geleden.
Na hun terugkeer in Nederland waren ze op het Malieveld in Den Haag op
grootse wijze gehuldigd in aanwezigheid van de 15-jarige koningin Wilhelmina
en haar moeder, koningin-regentes Emma. -
|