|
Hotelbedrijf
Hotel
Krasnapolsky in Amsterdam,
Karakteristieke
menukaart van het Amsterdams American Hotel
de
twee luxueuze automobielen, |
Afscheid van de herbergier | |
|
De herbergier
had het moeilijk aan het einde van de 19e eeuw. In de
grote steden, maar ook wel elders, verrezen vanaf 1870 de eerste grand
hotels: |
||
|
Tussen 1870 en 1880 bloeide het hotelbedrijf plotseling op, niet alleen in Nederland maar in geheel Europa. De oorzaak lag voor de hand: sterk verbeterde reismogelijk-heden en een groei van het aantal vakantiereizen -zij het dat deze laatste voornamelijk nog voor rekening kwam van de beter gesitueerden. Nederland
kreeg in deze tijd een paar nieuwe hotels die sinds-dien hun faam hebben
gehouden. |
||
|
Hotel
Krasnapolsky, eveneens in Amsterdam, kreeg zijn huidige vorm in 1893.
Kort
voor de Eerste Wereldoorlog telde 'Krasnapolsky' |
||
|
'Hotel
de l'Europe', bij de Amsterdamse Munt (al sinds de 17e eeuw een chique
herberg die toen nog 'Rondeel' heette), Aan
het Leidseplein, naast de Amsterdamse Stadsschouwburg, verrees het hotel
'American'. Den
Haag had aan de Lange Poten zijn Grand Hotel 'Central', geroemd om de
luxe van zijn inrichting. |
||
| Accommodatie | ||
| Het zal
duidelijk zijn dat er een grote kloof gaapte tussen deze grand hotels en
de eenvoudige onderkomens voor de gewone reiziger. Die stonden, vooral in de provinciesteden, dicht bij het station of aan het marktplein. In deze etablissementen geen marmeren wastafels met koud en warm stromend water, geen liften, in de meeste gevallen ook geen elektrisch licht. De kamers varen eenvoudig, met een krakend ledikant en een tafeltje waarop een waskom en een gevulde lampetkan. Het
waren dan ook niet deze hotels, per traditie 'Het Witte Paard', 'De Postkoets'
of 'Het Wapen van Munster' geheten, waarover de bonzen van de Duitse en
Nederlandse Hotel-houdersbond tijdens hun Berlijnse congres van 1911 snoefden
dat ze gezien moesten worden als 'een maatstaf van Uit de stukken van dat congres blijkt hoe de hotelbranche zich wilde voorbereiden op de nieuwe tijd. Veel
zorg was er voor de hygiëne, met name in de keukens en provisiekamers.
Nieuwer
nog waren de ijsmachines die de temperatuur in Een
ander nieuwtje was 'de onberispelijk werkende vaatwas-machine... een meesterstuk
van moderne techniek'. Er was
meer. De redacteur
van 'De Hotelhouder' kon na het Berlijnse congres Rozegeur
en maneschijn dus - maar zo was de werkelijkheid |