Wilhelmina als koningin

 

 




 

 

Koningin Wilhelmina en prins Hendrik
tijdens de opening van de Staten-Generaal in 1913.

Anders dan de Haagse politici hadden verwacht,
en misschien ook wel gehoopt,
ontpopte de jeugdige vorstin zich na haar troonsbestijging
als een vrouw met eigen ideeën en een sterke wil.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Wilhelmina tijdens een bezoek
aan het militaire vliegkamp Soesterberg in het najaar van 1913.
De vorstin had grote belangstelling voor 's lands defensie
en ijverde binnen de grenzen van het constitutioneel mogelijke
voor de versterking ervan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Koningin Wilhelmina zoals ze in november 1902
werd geportretteerd door Jos Schretlen:
een mooie jonge vrouw met vastberaden trekken,
die haar ambt beschouwde als haar eerste levenstaak.

 

 

Lief kind met eigen wil

 

Achter een onschuldig voorkomen bleek Wilhelmina vanaf het begin van haar koningschap een zelfbewuste en strijlustige vrouw, die eerbied, ontzag - en irritatie wekte.

Toen Abraham Kuyper in 1901 als kabinetsinformateur optrad meende hij de jeugdige koningin Wilhelmina wel in zijn zak te kunnen steken. De protestants-christelijke leider was een ervaren politieke rot van 64, zij was net 21.

Na hun eerste gesprek deed hij haar dan ook een beetje achteloos af als 'een lief kind'.
Maar uitgerekend dat lieve meisje bleek een tegen-speelster van formaat die uiteindelijk verhinderde dat er in 1908 een tweede kabinet-Kuyper kwam.
De jonge vorstin vond dat 'Abraham de Geweldige' zoals hij in eigen kring werd genoemd, als minister-president wat te veel zijn gang was gegaan en haar te weinig respect had betoond. Dat bezegelde zijn lot.
Geen liefkind dus. Maar wat dan wel?

 

 

VERGISSING VAN DE HERENSOCIËTEIT

Wilhelmina was er door haar moeder voor opgevoed
het koningschap volledig waar te maken.
Achter haar onschuldige voorkomen als jong meisje was
ze op en top vorstin: zelfbewust, met de nodige geldings-drang en vol strijdlust.
Ze voelde zich persoonlijk geroepen tot haar taak en zette zich daarvoor ook volledig in:
'Mijn liefde voor het Vaderland was als een verterend vuur, en dat niet alleen in mij, zij leefde zich uit in felheid om mij.'

En zo kwamen de ministers omstreeks 1900 tegenover een vorstin te staan die zich geen knollen voor citroenen liet verkopen.
Evenals haar moeder was ze een vreemde eend in de bijt van de herensociëteit die in deze periode de Nederlandse politiek bepaalde: ministers van 60 jaar en ouder waren geen uitzondering.
Zelfs als Wilhelmina een jongen zou zijn geweest zou ze in dit gezelschap van 's lands notabelen nauwelijks serieus zijn genomen.

Kuyper en consorten ontdekten pas achteraf dat ze zich vergist hadden in het lieve kind- toen ze merkten dat ze scherp gecontroleerd werden door een wilskrachtige vrouw die fel reageerde, kritische vragen stelde en zich, als een geduchte tegenspeelster, danig liet informeren om weerwerk te kunnen leveren bij kabinetsformaties en ministerscrises.

Wilhelmina maakte al aan het begin van haar vijftig jarige regeringsperiode haar ambitie waar: ze wilde van meet af aan middelpunt zijn van staatkundig beraad en vertrouw-elijk overleg.
Een middelpunt waar niet altijd de politieke beslissingen vielen (dat gebeurde uiteraard in de ministerraad) maar waar die beslissingen wel werden gewogen en nieuw beleid werd voorbereid.
De politieke top van Nederland ontdekte spoedig dat hij beter rekening kon houden met de nieuwe vorstin en bezag haar al snel met een mengeling van eerbied, ontzag en irritatie.
Hoe keek Wilhelmina op haar beurt tegen de 'ministers aan?

 

WILHELMINA 's EIGEN MENING

'Er waren toen maar weinig figuren, die de grote proble-men beheersten, liet ze (in 1959) aan het einde van haar leven optekenen.
'De laatste vijfenzeventig jaar hebben weinig werkelijke staatslieden opgeleverd.'

Het is het harde oordeel van een oude, teleurgestelde vorstin.
Maar in haar woorden is, terugblikkend, ook de jeugdige koningin van omstreeks de eeuwwisseling aan het woord.
Van haar moeder had ze een tas meegekregen met stuk-ken over politieke kwesties waarover Emma het met haar ministers aan de stok had gehad.
Reeds als jonge vrouw had ze zich daarom voorgenomen niet over zich heen te laten lopen door de heren bewinds-lieden en zich krachtig te laten gelden.
Dat leidde er bijvoorbeeld toe dat ze tijdens bepaalde kabinetscrises de partijen zodanig tegen elkaar wist uit te spelen dat ze uiteindelijk haar zin kreeg.

Ze besteedde vooral aandacht aan de buitenlandse politiek en de defensie van het land.
Al in 1899 probeerde ze de Boerenoorlog in Zuid-Afrika te voorkomen door een beroep te doen op 'de grootmoedig-heid en machtige invloed' van de Engelse koningin Victoria.
In 1905 was ze ervan overtuigd dat Nederland volstrekt onvoldoende bewapend was om zijn neutraliteit te kunnen handhaven en liet ze premier Kuyper weten dat afzien van gewapende neutraliteit inhield 'dat men [zich] de oorlogsuitgaven wel kan besparen'.

In een belangrijke nota zette ze op heldere wijze boven-dien haar opinie uiteen over de internationale positie van het land in een periode van oplopende internationale spanningen. Een bondgenootschap met Duitsland of Engeland, waarover in bepaalde kringen wel werd gesproken, ried ze af, zeker in vredestijd;
het was om strategische redenen veel te riskant en
'het zou altijd neerkomen op de geschiedenis van de kleine boot en het linieschip'.
Haar conclusie: 'Het schijnt dus raadzaam voorlopig geen bond-genootschap te sluiten en daarmede te wachten tot wij door de nood ertoe worden gedrongen.'

Met zulke nota's, met kritische opmerkingen en soms ook wel met bruusk optreden liet Wilhelmina al op jeugdige leeftijd blijken dat ze misschien wel 'een lief meisje' was maar dat ze in de eerste plaats deel wilde nemen aan
de grote politieke discussies die in het begin van haar regeringsperiode in het land werden gevoerd. Of de ministers dat nu leuk vonden of niet.

AMAZONE EN SCHILDERES

Had Wilhelmina in deze periode nog andere interesses dan de politiek? Die had ze inderdaad.
Al op jeugdige leeftijd had ze paardrijden geleerd en zich ontwikkeld tot een vaardige amazone.
Te paard nam ze tijdens haar regeringsperiode dan ook vaak en met groot gemak deel aan legermanoeuvres en legde ze met twee- en vierspannen grote afstanden af op de Veluwe.
Ze wist veel van paarden en zelfs na haar troonsafstand hield ze een oogje in het zeil als het ging om de bespanning van de Gouden Koets op Prinsjesdag.

Bekend is ook dat ze haar hele leven lang graag tekende en schilderde, bij voorkeur in de openlucht.
Maar ook bij deze liefhebberij toonde ze haar wat grimmige aard.
Toen iemand haar eens vroeg wanneer een boom op zijn mooist is antwoordde ze zonder aarzeling:
'In de winter. Want dan toont hij zijn ware karakter.'

naar inhoud 1900 naar index