VERLOVING
EN HUWELIJK
VAN KONINGIN WILHELMINA

De
vreugde over verloving en huwelijk van de vorstin
werd zeker gedeeld door de fabrikanten van snuisterijen, gelegenheidsaardewerk,
vouwbladen en feestpamfletten.
Hun spullen gingen maandenlang grif van de hand.

De inzegening van het huwelijk
van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik
op 7 februari 1901 in de Grote Kerk te Den Haag.

In
de loop van 1901 bracht het jonge paar
bezoeken aan een aantal grote steden in het land.
In september was dat Rotterdam.
Hier arriveren koningin en prins-gemaal bij het Rotterdamse stadhuis.
|
|
PROBLEMEN
MET EEN HUWELIJK
Voor
het Nederlandse volk waren de verloving en
het huwelijk van koningin Wilhelmina een onvervalst sprookje.
Maar voor het zover was moest er aardig wat onderhandeld worden.
De verloving
van koningin Wilhelmina werd bekendgemaakt
op 16 oktober 1900.
De toekomstige
prins-gemaal, binnen de beperkte mogelijkheden van die tijd min of meer
Wilhelmina's eigen keuze, was hertog Hendrik Wladimir Albrecht Ernst
van Mecklenburg-Schwerin.
Geen Pruisische prins, zoals de Duitse keizer Wilhelm had gehoopt maarin
elk geval een Duitser.
In Nederlandse hofkringen was men niet uitgesproken enthousiast over de
ietwat verlegen officier van wie men wist dat hij van het landleven en
vooral van de jacht hield.
In Den Haag vond men hem, eerlijk gezegd, net iets te
weinig chic.
De journalisten
van die dagen gingen op pad om wat meer
te weten te komen. Sommigen reisden zelfs naar Mecklenburg en schreven
opgetogen verhalen over Schwerin.
Ze bewonderden het zeer fraaie familieslot aan het meer, door de vader
van Hendrik gebouwd, en bezochten
de Ahnensaal met de portretten van diens illustere voorgeslacht dat terugging
tot de verre middeleeuwen.
De Nederlandse
kranten wezen erop dat de Mecklenburgers verwant waren aan de Russische
keizerlijke familie en aan het Pruisische koningshuis -en door het huwelijk
van Hendriks enige oom zelfs vermaagschapt met het huis Oranje-Nassau.
De bruidegom, geboren op 19 apri1 1876, kwam dus uit
een aanzienlijke familie.
Volgens de dagbladverslagen had hij een prachtige studie aan de militaire
academie achter de rug en was hij
een succesrijk en gezien officier.
Behalve een typische landedelman was hij een uitstekend
en ervaren jager.
Zo vaak hij zich vrij kon maken, met name in de herfst, reisde hij van
Potsdam naar zijn geboortestreek voor
de grote jachten waaraan de hele Europese adel deelnam. Had Wilhelmina
het beter kunnen treffen?
Bedenkingen
en garanties.
Een
Nederlandse vorstin die trouwde met een buiten-lander
Op zich geen probleem, maar het mocht voor het land
en zijn onafhankelijkheid toch geen ongewenste gevolgen hebben.
De Nederlandse regering onderhandelde vóór de verloving
daarom stug met de Mecklenburgse autoriteiten om te bereiken dat Hendrik
na zijn huwelijk slechts één nationa-liteit zou bezitten
(de Nederlandse) en niet twee zoals
men in Schwerin wilde.
Al in 1897, dus voor Wilhelmina's inhuldiging als koningin, was een discussie
ontstaan over de rechtsgevolgen van
een eventueel huwelijk.
Juristen en volksvertegenwoordigers brachten daarin
naar voren dat naar het Nederlands recht de vrouw in
het huwelijk afhankelijk was van de man.
Zou de vorstin niet in een onmogelijke situatie komen indien haar echtgenoot
Nederlander was?
Wat
bijvoorbeeld indien hij zich in het buitenland zou willen vestigen en
zijn echtgenote hem dus, volgens het Nederland-se recht, zou moeten volgen?
Waar zou zich op zo'n moment de Nederlandse troon
(= de zetel der regering) bevinden?
Een Arnhemse rechter was van oordeel dat een wettelijke regeling noodzakelijk
was; in het geval van de koningin hoorde zij het hoofd van de echtvereniging
te zijn.
En tegen een op sensatie beluste brochureschrijver, -
die bedacht had dat een prins-gemaal in het paleis bieden kon wat hij
wou en bij onenigheid tussen beide echtelieden
aan het personeel zijn wil zou kunnen opleggen, sputterde een ministeriële
nota:
'Zoude men meenen dat deze rampzalige toestand
eenigermate zou verbeteren door een wetsartikel?'
Een echte conclusie had deze discussie niet opgeleverd.
Vandaar
dat de Nederlandse regering in 1900 ook wenste dat hertog Hendrik Nederlander
zou worden.
DE TROUWDAG
Vroeg
in 1901, op 7 februari, vond in Den Haag het huwelijk plaats.
De residentie was, langs de korte route van paleis Noordeinde naar de
Grote Kerk, danig verlucht met ere-bogen en gevelversieringen en omzoomd
met tienduizenden belangstellenden die per trein, fiets, boot en een enkeling
zelfs per automobiel naar Den Haag waren gekomen.
De Haagse weeskinderen mochten, netjes in uniform, naar de grote zaal
van de Haagse Dierentuin waar ze, behalve op chocolademelk en krentenbollen,
getrakteerd werden op
een buikspreker en een pantomimevoorstelling.
Zonder feestlied was zo'n bijeenkomst natuurlijk niet mogelijk.
Heb
je 't al gehoord, onze lieve Koningin,
Van wie wij zooveel houwen,
Viert nu vroolijk feest, want zij gaat deze week
Met hertog Hendrik trouwen!
Nee maat; is 't waar! Wel zeker is het waar!,
Komt, juichen wij dan luid ter eere van de Bruid
En steekt de vlaggen lustig uit.
De kranten
van 7 februari konden blijkbaar evenmin
zonder dit soort poëzie.
'De Maasbode' had op de voorpagina iets gewrocht in
de trant van Joost van den Vondel.
Met regels als
'Daer
komt WILMIJNE met haar Moeder aengetreden, gelyck een morgenstont,
en voert den morgenstrael in 't voorhooft' en 'Heer HENDRICK staet verrukt.
Hy wieroockt Gode in 't harte, omdat hem dees verscheen, die alle harten
treckt en ketent aen haer zwieren'.
|