DE ONTWIKKELING
VAN DE TELEGRAFIE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De nachtzaal van het telegraafkantoor te Amsterdam in 1913.
Vanuit deze ruimte werden 's nachts de telegrammen verzonden
die eerder op de dag waren aangeboden
en bestemd waren voor landen in een andere tijdzone.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Graaf Guglielmo Marconi
bij een latere versie van zijn draadloze telegrafietoestel uit 1899.

Met behulp van het apparaat links
konden op hoge snelheid berichten worden verzonden
die van tevoren waren aangebracht op een papieren ponsband.

 

VERBINDING PER KABEL EN PER VONK

De telegrafie was rond de eeuwwisseling de snelste vorm van internationale communicatie geworden. Dat had ook politieke consequenties. Wie beheerste de kabels?


Met de 'vonktelegrafie' bereikte het elektrisch verkeer een nieuw hoogtepunt. Alle storingen ten spijt maakte ze snelle verbindingen mogelijk met plaatsen die voorheen praktisch onbereikbaar waren, zoals schepen op volle zee.


Het eerste in Nederland verzonden telegram dateert van 18 maart 1847.
De Nederlandsche Handel-Maatschappij was er de verzender van: vanuit haar Amsterdamse vestiging stuurde ze bijzonderheden over een hoofdstedelijke koffieveiling naar het kantoor in Den Haag.
Daarna raakten de Nederlanders snel gewend aan deze moderne en razendsnelle wijze van berichtgeving.
In 1860 werden 413.000 telegrammen verstuurd, in 1870 waren het er al 1,8 miljoen en in 1912 was het aantal opgelopen tot
bijna 7 miljoen. Daarna was de groei eruit omdat de telefoon
de overhand had gekregen.
Vooral het bedrijfsleven profiteerde aanvankelijk van deze snelle wijze van berichtgeving in de puntjes/streepjescode van Samuel Morse. Met behulp van de telegraaf was het plotseling mogelijk geworden om bijvoorbeeld vanachter het bureau snel zicht te krijgen op de prijzen van de wereldmarkt en op grond daarvan beslissingen te nemen die - alweer per telegraaf- binnen luttele minuten konden worden doorgegeven.
Zeker was dit het geval nadat al vrij vroeg in de 19e eeuw onderzeese kabelverbindingen tussen Europa en Amerika tot stand waren gebracht.



POLITIEK VIA DE ZEEBODEM

Omstreeks 1900 hadden de Engelsen een bijna volledig monopolie op het intercontinentale telegraafverkeer.
Al meer dan een halve eeuw eerder waren ze begonnen met
de aanleg van onderzeese telegraafkabels in de Atlantische Oceaan en tussen Engeland en Brits-Indië.
De andere grote mogendheden - en ook Nederland - vonden het
in deze periode van oplopende internationale spanningen van nationaal belang over eigen verbindingen te beschikken.
Alleen op die manier waren ze onafhankelijk van Engelse censuur en manipulatie.

Nederland had al vroeg een eigen telegraafkabel laten aanleggen tussen Batavia en Singapore. Maar ook die verbinding kon in feite door de Engelsen worden gecontroleerd. Pas nadat de Amerikanen op de bodem van de Grote Oceaan een kabel hadden gelegd tussen San Francisco en de Filippijnse hoofdstad Manilla kreeg ons land de mogelijkheid een verbinding met Nederlands Oost-Indië tot stand te brengen waarop de Engelsen geen greep zouden hebben.
Omdat Duitsland met hetzelfde probleem zat werkten de Neder-landers op dit terrein nauw samen met de Duitsers die eveneens koloniën hadden in het Verre Oosten.
In 1902 werd een Duits-Nederlandse telegraafmaatschappij opgericht met als doel een verbinding te maken tussen de Ameri-
kaanse kabel en de Duitse bezittingen (de Palau Eilanden en
de Carolinen) en die vervolgens door te trekken naar Celebes, Borneo en uiteindelijk Batavia. Nederlands-Indië kreeg op deze wijze een tweede telegrafische verbinding met het moederland,
de zogenaamde Yapkabel. Bovendien zorgde ons land voor telegraafverbindingen met Sjanghai, Saigon en Madagascar en werd ook binnen de Indische archipel een netwerk van telegraafkabels aangelegd. Gouvernement, leger en handel profiteerden al vroeg van deze snelle en effectieve verbindingen over de aardbol.



VONKTELEGRAFIE

Was de kabeltelegrafie aanvankelijk al een technisch wonder van formaat, nog meer gold dat voor de draadloze of 'vonktelegrafie'. Uitvinder ervan was de Italiaanse graaf Guglieimo Marconi.
Al in 1899 slaagde hij erin om draadloos een afstand van 57 km
te overbruggen.
Op 7 maart 1902 berichtte 'De Maasbode' over nieuwe wonder-
baarlijke dingen van Marconi met zijn uitvinding.
'Tussen Kaap Lizard en den stoomer "Philadelphia" heeft hij over 2000 mijlen geseind, dat is over 2/3 van den afstand New York-Lizard.
De officieren van het schip hebben de waarheid van het feit door
hunne handteekeningen geconstateerd.'

In Nederlands-Indië werd 'de draadloze' al in 1905 gebruikt door de marineschepen die moesten letten op de bewegingen van
de Russische oorlogsvloot tijdens de Russische-Japanse oorlog.
Bij de behandeling van de marinebegroting voor 1906 betoogde
de betrokken minister dan ook dat 'in een groot eilandenrijk als onze Archipel met een bescheiden aantal oorlogsschepen dit communicatiemiddel in oorlogstijd van onschatbare waarde zal zijn'.
Ook voor de burgermaatschappij was de draadloze telegrafie van groot belang. In de eerste plaats op zee. Passagiers van mailboten bijvoorbeeld konden hun zaken aan boord afdoen en werden via
de marconist op de hoogte gehouden van het belangrijkste nieuws in de wereld. Zelfs aan land had de vonktelegrafie voordelen boven die per draad. Zo was ze aanzienlijk goedkoper omdat er geen kabels of lijnen voor nodig waren.
In de begintijd had deze vorm van 'elektrisch verkeer' overigens nog wel te maken met allerlei kinderziekten. Het bereik was niet altijd even groot en werd beïnvloed door weersomstandigheden
en allerlei natuurlijke obstakels zoals bergen.
Ook hadden de telegrafisten vaak te maken met storingen, met name in de tropen. Vooral onweersbuien waren een ernstig probleem en veroorzaakten vervormingen en nevengeluiden.
Zelfs in een vlak land als Nederland had men daar last van.
Door elektrische ontladingen in de atmosfeer was storingvrij verkeer lang niet altijd mogelijk.
Met steeds betere apparatuur, de bouw van hoge zendmasten en allerlei andere verbeteringen kwam er aan die kinderziekten ten slotte een einde. Maar toen had de draadloze telegrafie inmiddels al concurrentie gekregen van de telefoon en daar moest ze het snel tegen afleggen. Althans aan land.
Voor de verbinding tussen de continenten en zeker voor het contact met schepen op zee bleef de draadloze telegrafie nog jarenlang onmisbaar. Dat wil zeggen: tot de komst van de radio
en de radiotelefonie.

naar inhoud 1900 naar index