SCHAATSSPORT IN OPKOMST



  SPEKRIJDERS
DE GRENS OVER


 

 

 

klik voor een groter formaat

Het terrein van de Amsterdamsche IJsclub in 1913,
tegenwoordig het Museumplein.

 

 

 

 

 

 

 

Jaap Eden, schaatser en wielrenner,
werd al voor de eeuwwisseling
drie keer wereldkampioen hardrijden op de schaats.
Hij groeide uit tot een legende.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vooral in de beginjaren was het deelnemen
aan de Elfstedentocht niet van risico ontbloot,
al was het maar omdat zoiets als eerste hulp
nog in een beginfase verkeerde en lang niet overal werd geboden.
Op deze foto uit 1917 wordt een gewonde deelnemer
per automobiel afgeleverd bij de plaatselijke huisarts in Hindeloopen.

 

Nederland is al heel lang een schaatsland.
Maar de eerste internationale hardrijwedstrijd werd er toch pas in 1885 verreden. In Friesland natuurlijk.

Geschaatst is er in Nederland zeker al sinds de middel-
eeuwen, als een manier om zich 's winters te verplaatsen of gewoon om het plezier.
Bekend zijn, wat dit laatste betreft, de 'ijspret'-schilderijen van Hendrick Averkamp uit de 17e eeuw.

Wedstrijden op de schaats werden met name in Friesland al
omstreeks 1800 gehouden.
Het waren kortebaanwedstrijden om geld — gouden tientjes vaak — of voor de 'spekrijders' om een pond spek of
een literjenever.
De organisatie was meestal in handen van plaatselijke ijsclubs.

Toen een van deze verenigingen, de IJsclub Leeuwarden,
van de National Skating Association of Great Britain
het voorstel kreeg internationale wedstrijden te organiseren, leidde dit op 17 september 1882 tot de oprichting, in het Amsterdamse 'Odeon', van de Nederlandsche Schaatsen-
rijders Bond.
Onder de eerste leden van de NSB, de voorloper van
de KNSB, treffen we de namen aan van IJsclub Thialf te Heerenveen, IJsclub Kralingen en Omstreken,
de Amsterdamsche Skating Club en de Winsumer IJsbaan
in Groningen.
Doel van de nieuwe bond was onder andere het schaatsen-
rijden te bevorderen en internationale wedstrijden te organiseren.

WEDSTRIJDSCHAATSEN

De al bekende kortebaanwedstrijden over 160 m werden uitge-breid met wedstrijden over wat langere afstanden.
Die over 1000 of 1500 m dienden volgens de reglementen ten minste twee keerpunten te hebben.
Deze moesten zo scherp mogelijk zijn, naar Engels voorbeeld
waar gekeerd werd om een lege bierton. IJsclub Thialf werd daarvan de dupe.
De club had een uitstekende, ellipsvormige baan.
Maar de bond keurde deze af 'als zijnde de draai om
het keerpunt niet scherp genoeg'.

De eerste internationale wedstrijd in Nederland werd op
28 januari 1885 verreden op de Groote Wielingen, een plas bij Leeuwarden.
De deelnemers - Engelsen, Noren, Duitsers en Nederlanders — reden in paren waarvan de winnaar overging naar
de volgende ronde.
Geruzie was er al meteen.

De befaamde Noorse schaatser Axel Paulsen vond de baan niet goed genoeg en was het bovendien niet eens met
de afstanden; hij vertrok daarom zonder te rijden en onder afkeurend gejoel van de duizenden toeschouwers.
De Nederlandse deelnemers wonnen de belangrijkste wedstrijden. De vier winnaars ontvingen in totaal 1200 gulden aan prijzengeld. De prijsuitreiking in de 'Harmonie'
te Leeuwarden werd een uitbundig feest dat werd bijge-
woond door de Friese autoriteiten 'met hunne dames', allen in Friese klederdracht.

In de jaren negentig drongen verscheidene Nederlandse schaatsers door tot de internationale top.
Twee beroemde namen: Jaap Eden en de gentleman-beroepsrijder Marten Kingma.

De eerste, ook bekend als wielrenner, werd in 1893, 1895
en 1896 wereldkampioen hardrijden, respectievelijk in Amsterdam, Hamar en St. Petersburg.
Kingma won op 20 en 21 februari 1892 de internationale schaatswedstrijden in Hamar.

De grootste handicaps voor de Nederlandse schaatssport bleven de doorgaans korte vorstperiode, de vaak onverwacht invallende dooi en het gebrek aan geld om in
het buitenland te kunnen deelnemen aan wedstrijden.
Een probleem was lange tijd ook de chaos aan internationale wedstrijdreglementen, kampioenschappen en records.

Pas geleidelijk kwam daar verbetering in. Zo werd uiteindelijk bepaald dat de rijders elkaar in de bochten niet meer mochten hinderen en dat die bochten een straal moesten hebben van 25 meter. Daarmee was het gebruik van biertonnen eindelijk van de baan.
Bovendien probeerde men meteen een ander lastig punt te verhelpen: het werd hoog tijd regels op te stellen voor het wisselen van binnen- en buitenbaan.

DE ELFSTEDENTOCHT

Maar ook buiten wedstrijdverband werd er, bij goed ijs, heel wat afgeschaatst. De liefhebbers maakten in de waterrijke delen van het land - Noord-Holland, bij Rotterdam-Kralingen, in de buurt van Deventer en natuurlijk in Friesland - urenlange schaats-tochten.

Uit die traditie komt de Friese Elfstedentocht voort,
een idee van Pim Mulier.
Hij had ergens gelezen dat in de Franse tijd twee rijders
een schaatstocht hadden gemaakt langs alle Friese steden
en dat wilde hij, sportfanaat als hij was, ook wel eens proberen.

Zijn tocht, in 1890, was aanleiding tot de organisatie van
de eerste Elfstedentocht, op 2 januari 1909.
Die zaterdag vertrokken om 5 uur 's ochtends 23 rijders uit Leeuwarden. Gemakkelijk hadden ze het niet.
De krant meldde bijvoorbeeld: 'De tocht was 't gevaarlijkst van Leeuwarden naar Dokkum daar het zeer duister was.
De rijders konden niet meer dan 3 passen voor zich uitzien en herhaaldelijk riep de voorste "terug!" daar hij dan door een bocht van de vaart opeens in den wal zat.'
Uitstekende schotsen op het parcours bij Dokkum leidden tot verscheidene valpartijen; twee rijders moesten wegens
verwondingen na zo'n val de strijd staken.
De gebroeders J., H. en N. Kalt uit Leeuwarden hadden hun 'Nooren' te scherp geslepen en raakten in de problemen toen ze in de buurt van Franeker op zacht ijs terechtkwamen.
Ze moesten tussen Franeker en Harlingen bijna drie uur lopen en gaven uiteindelijk maar op.
Winnaar, na 13 uur en 50 minuten en een afstand van 210 km, werd M. Hoekstra uit Warga. Aan de finish werd hij, volgens de krant, begroet met 'hoera's van een talrijk publiek'.
De echtgenote van de voorzitter van de Friesche IJsbond kon hem nog net een krans omhangen. Daarna 'strompelde hij naar een café en viel op een stoel neer en na nog wat beantwoord te hebben werd hij in een warm bad gestopt'.

Er is overigens lang geredetwist over de vraag of deze tocht nu wel de eerste 'echte' Elfstedentocht was.
Lange tijd is volgehouden dat die pas plaatsvond in 1912,
het eerste jaar waarin het evenement onder auspiciën stond van de vereniging 'De Friesche Elf Steden'.

naar inhoud 1900 naar index