|
de
geboorte van
Prinses Juliana
30
april 1909 - 20 maart 2004
Er
kwam vanmorgen vroeg 'n einde aan het leven van
'Hare Majesteit' die liever 'Mevrouw' werd genoemd...
We
mochten haar zelfs de rug toe keren uit bezorgdheid
dat we zouden vallen.
Voor
één keer zullen we dat niet doen.
in
herinnering aan Prinses Juliana

Ook
de geboorte van prinses Juliana
was aanleiding voor een stroom gelegenheidsuitgaven
op velerlei terrein.
Dit is de voorzijde van een briefkaart
die kort na het heuglijke feit
werd verspreid door een drukkerij in Den Haag.

Een
fraai portretminiatuur van een blakende Juliana,
gemaakt in maart 1910.
Het prinsesje was toen bijna een jaar oud.
Tijdens de zwangerschap van koningin Wilhelmina,
en meteen na de geboorte,
stroomden uit het gehele land geschenken naar het hof.
Een ervan was deze met kant overhuifde kinderwagen,
een geschenk van de vrouwen van Zeeland.
*
de foto bovenaan de pagina:
Prinses Juliana als baby, enige maanden na de geboorte gefotografeerd
door Guy de Coral.
Ook deze opname was als briefkaart in de handel; er zijn er duizenden
van verkocht en verzonden.
|
|
Vreugde
om een Oranjetelg
Nederland zag verlangend
uit naar een prins of prinsesje
en niet zonder reden.
Begrijpelijk dus dat het land zich op 30 april 1909 in een ware feest-roes
stortte.
Toen de jonggeborene
een meisje bleek te zijn moest er iets gebeur-en om de naam Oranje-Nassau
te behouden.
Daartoe waren echter al in 1901 maatregelen getroffen.
Vandaar dat Juliana bij de geboorteaangifte prinses van Oranje-Nassau
bleek te heten.
Op
30 april 1909 verscheen een speciale aflevering van de Neder-landsche
Staatscourant met de nuchtere mededeling:
Hare
Majesteit de Koningin is hedenmorgen door Gods goedheid voorspoedig
bevallen van een Prinses.
Het bericht vormde de
climax van een tijd van gespannen verwachting. En dus barstte er alom in
het land een grote feest-vreugde los rond de geboorte van prinses Juliana.
De liberale oud-minister W.H. de Beaufort:
Dadelijk overal vlaggen, oranjestrikjes op de kleederen,
optochten van kinderen, gejuich op straat,
melk- en andere wagens versierd met rood, wit en blauw en oranje,
felicitaties van kennissen die elkander ontmoeten, een algemene feeststemming.
In Den Haag kondigden herauten de geboorte van het prinsesje aan,
terwijl 51 saluutschoten ervoor zorgden dat niemand in het ongewis-se bleef
over de blijde gebeurtenis.
Het publiek stroomde naar het Paleis Noordeinde en hief het Wilhelmus aan.
In het land beconcurreerden de steden elkaar met de mooiste illuminaties.
En een stroom van gelegenheidsschrijvers getuigde om het fraaist van het
enthousiasme dat bij velen leefde.
Tevreden merkte De Beaufort over de feestvreugde op:
Men ziet, welk een groote kracht het huis van Oranje nog in Nederland
is, wanneer men deze algemeene beweging gadeslaat die geheel natuurlijk
en onvoorbereid is. Daarbij zijn Kuyperen
de socialisten niets.
Wachten
op een troonopvolger
Er had
in de afgelopen dagen trouwens al een repetitie van
de feestvreugde plaatsgevonden toen abusievelijk gemeld was dat
er een prinses (volgens andere bronnen: een prinsje) was geboren.
Amsterdam, Groningen en Alkmaar waren al aan het feesten geslagen.
Buiten Paleis Noordeinde dromden mensen samen voordat bekend werd dat
het bericht een misverstand bevatte.
Toen de lang verwachte Oranjetelg ten slotte werkelijk ter wereld kwam
barstte de feestvreugde pas goed los.
De Eerste Kamer richtte zich eerbiedig tot koningin Wilhelmina
met de betuiging harer dankbare vreugde en de Tweede Kamer
deed evenzo omdat zij met onuitsprekelijke vreugde kennis
had genomen van deze zo vurig verbeide gebeurtenis.
De Haagse houder bij wie prins Hendrik aangifte deed van
de geboorte met de woorden Ik ben zoo hartelijk verheugd zinspeelde
er eveneens op dat het volk al lange tijd naar de komst van de baby had
uitgezien.
Die lange tijd betrof niet zozeer de negen maanden waarin met meer dan
gewone belangstelling de gezondheid van koningin Wilhelmina was gevolgd.
Het ging veel meer om de jaren die sinds haar huwelijk in 1901 verstreken
zonder dat de vorstin een levensvatbaar kind ter wereld had gebracht.
In 1902 had haar leven aan een zijden draadje gehangen:
de koningin overleefde een tyfusaanval, in tegenstelling tot haar
te vroeg geboren baby.
Toen
zich in 1908 een nieuwe zwangerschap aandiende verzocht
het confessionele kabinet-Heemskerk de kerken om een voorbede.
Niet alleen wegens de sympathie die men de aanstaande moeder toedroeg,
maar ook omdat de hoogste Staatsbelangen zoowel met het behoud van
hare Majesteits leven en gezondheid, als met
de geboorte van een troonopvolger gemoeid zijn.
Angst
voor 1 mei
Julianas geboorte
leidde echter niet uitsluitend tot vreugde.
Ook de tegenstelling tussen Oranjeaanhangers en socialisten werd
er door aangescherpt.
Toen premier Heemskerk in december 1908 de leden van
de Tweede Kamer ontroerd liet weten dat Wilhelmina in blijde verwachting
was greep de fractieleider van de SDAP, Troelstra,
de gelegenheid aan om de bestaande tweespalt in de samenleving
te onderstrepen.
Hij verklaarde dat er ook leden waren, die in de gehoorde mede-deling
geen reden zagen tot vreugde.
Hij had succes met zijn provocatie, want de verontwaardiging bij
zijn politieke tegenstanders was groot.
Een van de Kamerleden barstte zelfs in tranen uit.
Mede door Troelstras woorden leken omstreeks 30 april botsingen
tussen feestende Oranje-aanhangers en 1meivierders niet denkbeeldig.
In een aantal steden lieten de burgemeesters daarom het rode feest afgelasten.
STAATSBELANG
EN ORANJENAAM
Bij de geboorte van
prinses Juliana werd niet alleen het voort-bestaan van het vorstenhuis
uitbundig gevierd.
De naïeve huldeblijken maskeerden nauwelijks dat met Julianas
geboorte ook de opvolging van een kinderloze Wilhelmina door haar Duitse
familie van de baan was.
Door de komst van het prinsesje, zo verwachtte men, was ook Nederlands
onafhankelijkheid beter gegarandeerd.
De juichende bevolking feliciteerde dus niet alleen koningin en prins
maar ook zichzelf. Ook het zuiver Nederlandse karakter van
de regerende dynastie was daarbij van groot belang.
In eigen land was het vorstenhuis al onder koningin Emma tot
een nationaal symbool geworden dat alle burgerlijke partijen verenigde.
Voor het buitenland gold de Oranjedynastie als uitdrukking van
de Nederlandse wil tot zelfstandigheid in een wereld met opdringerige
grote mogendheden.
Met het oog op die taken diende de Oranjenaam behouden te blijven.
In 1908 werd de zaak actueel.
Toen er van Wilhelminas zwangerschap vijf maanden waren verstreken
werd een Koninklijk Besluit gepubliceerd met de bepa-ling dat alle prinsen
en prinsessen der Nederlanden voortaan
de naam Oranje-Nassau zouden dragen, ongeacht de naam van
de vader.
Bij de aangifte van
haar geboorte op 1 mei 1909 bleek Juliana Louise Emma Maria Wilhelmina
dan ook eerst prinses van Oranje-Nassau en pas daarna hertogin van Mecklenburg
te zijn.
Zo werd het stamhuis in de vrouwelijke lijn voortgezet onder
de enige naam die een populaire dynastie in Nederland kan dragen.
|