DE OPKOMST
VAN DE KONINKLIJKE

 

 

 

 

 

 

 

 

De raffinaderij van de Koninklijke in Pangkalan Brandan op Sumatra.
Ze werd in 1899 in gebruik genomen
en produceerde uitsluitend petroleum ('lampolie')
die onder de naam Kroonolie op de markt werd gebracht.
Restprodukten als benzine en gas
werden weggepompt en als afval verbrand.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In latere jaren ging de Shell
zich (ook) bezighouden met de produktie
van kerosine voor de snel opkomende luchtvaart.

Het embleem van het bedrijf,
een schelp die in de loop van de jaren
zeker acht keer van vorm veranderde,
werd voor deze markt voorzien van een paar vleugels.

 

Nederland in de olie


De grote vraag naar petroleum leidde tot een nieuwe industrie waarin ook Nederland een rol speelde. Het begin lag in Indië maar al spoedig werd de wereld het werkterrein van de 'Koninklijke'.


De grote man van de Nederlandse aardolieindustrie werd Henry - 'Hij Weet Alles' - Deterding, een van de eerste Nederlandse ondernemers van internationale allure. Slechts zijn bewondering voor Hitler-Duitsland zou een schaduw over zijn loopbaan werpen.


Op 16 juni 1890 werd de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië opgericht. De oprichters waren bekende en gerespecteerde zakenlieden en het was dan ook geen enkel probleem het oprichtingskapitaal van 1,3 miljoen gulden bijeen te brengen.

Aan dat succes zal ook wel de enorme vraag naar petroleum hebben bijgedragen. Dat was een fossiele oliesoort die veel minder vet was dan de eerder bekende, dierlijke en plantaardige oliën en daardoor bij uitstek geschikt voor verlichtingsdoeleinden.
Ze was ontdekt bij het boren naar zout. In de rotslagen waar dat gebeurde stootte men vaak op dit olietype dat, tot wanhoop van
de zoekers, het zout bedierf.
Een vindingrijke Amerikaan, Samuel M. Kier uit Pittsburgh, slaagde erin de olie van de pekel te scheiden en verkocht het produkt in flessen: Kier's Petroleum or Rock Oil.
De petroleumlamp waarin de brandstof werd gebruikt werd snel populair, niet alleen in de Verenigde Staten en Europa maar tot in de verste uithoeken van de wereld.
Na de Wereldtentoonstelling in Parijs (1900) kwam daar een nieuw snufje bij: het kooktoestel op petroleum. Ook dit kreeg in
de jaren daarop een wijde verbreiding. Met als gevolg dat de vraag naar 'rotsolie' over de gehele wereld stormenderhand toenam.

PETROLEUM OP SUMATRA

Ook op Sumatra was petroleum aangetroffen.
Een tabaksplanter, A.E. Zijlker, kreeg van de sultan van Langkat toestemming deze bronnen te exploiteren.
Voor de winning en het transport naar de distributiecentra bleek echter veel kapitaal nodig. Er moest een raffinaderij komen en
een fabriek voor vaten en blikken; er waren tankers, een haven en een spoorlijn nodig - en al heel gauw begreep Zijlker dat hij dat financieel noch organisatorisch alleen kon redden.
Vandaar de oprichting van de 'Koninklijke' die al vóór 1900 eigen tankers in de vaart had om de olie naar Sjanghai of naar Londen
en Rotterdam te brengen.
En dat alles voor olie die aanvankelijk alleen voor verlichtings-
doeleinden werd gebruikt. Want van de aangetroffen aardolie - dat was het immers - was slechts zo'n 48 procent te verwerken tot petroleum. De rest was praktisch waardeloos.
'De overige stoffen,' zo rapporteerde een gouvernementsschei-
kundige te Batavia in 1890, 'zijn voor het oogenblik nog als weinig waarde bezittende bijproducten aan te merken.
'Een 'bijproduct' als benzine bijvoorbeeld zou pas na 1900 een rol gaan spelen, toen de auto met verbrandingsmotor snel populair werd. En van de vele andere zaken die op basis van aardolie gemaakt kunnen worden, kon men toen zelfs niet dromen.


INTERNATIONALE SAMENWERKING

De 'Koninklijke' moest concurreren met olieproducenten in
de Verenigde Staten en Rusland. Aanvankelijk lukte dat heel aardig, met name ook door de afzet in Azië.
In 1898 echter begon de winst te zakken, onder andere doordat
de oliebronnen op Sumatra uitgeput dreigden te raken. Om haar marktpositie te behouden ging de 'Koninklijke', in samenwerking met enige Engelse oliemaatschappijen, petroleum opkopen in Bakoe, de Russische oliestad in de Kaukasus. Ze sloot daarnaast een overeenkomst met Shell Transport and Trading Company, een maatschappij die niet alleen olievelden bezat in de Kaukasus maar ook in de buurt van Balikpapan, en betrok het steenrijke bankiershuis Rothschild bij een wereldwijde exploitatie van aardolie. Door veel aandacht te geven aan wetenschappelijk onderzoek slaagde het concern er bovendien in zich een belang-
rijke positie te verwerven met betrekking tot een aardolieprodukt dat vanaf 1900 een steeds belangrijkererol ging spelen: benzine.

DE MAN DIE ALLES WIST

De man die de 'Koninklijke' in 1898 van haar dreigende terugval redde en uiteindelijk tot de grootste olieproducent ter wereld zou maken was de zoon van een zeekapitein: H. W. A. (Henry) Deterding.
In 1888 was hij als boekhouder van de Nederlandsche Handel-Maatschappij naar Medan vertrokken. Hij was nog geen dertig toen hij voor het eerst met de 'Koninklijke' te maken kreeg en 36 toen hij benoemd werd tot haar directeur-generaal. In die functie bracht hij het eerste samenwerkingsverband tussen niet-Ameri-
kaanse olieproducenten tot stand en dwong hij de veruit sterkste maatschappij van die dagen, het Amerikaanse Standard Oil (SO ofwel Esso), een stapje terug te doen. Zijn kennis van het gecom-
pliceerde, internationale oliebedrijf en van de valutaprocessen en financiële complicaties waarmee het te maken had moet fenome-
naal zijn geweest. Lang voor dat onderwerp in bredere kring aandacht kreeg verdiepte hij zich al in het probleem van een toekomstige grondstoffenschaarste. Niet voor niets werden zijn initialen H. W. A. wel uitgelegd als Hij Weet Alles - hetgeen de man zelf wel op prijs stelde.
In zijn privéleven was Henry Deterding een sober levend en sportief man. Bovendien was hij een maecenas die het Rijksmuse-
um in Amsterdam en het Mauritshuis in Den Haag een aantal kostbare schilderijen schonk.

SCHADUWPUNT

Dat hij in de geschiedschrijving van het Nederlandse ondernemer-
schap ondanks dit alles toch een beetje met een schuin oog wordt bekeken, heeft veel te maken met de bewondering voor Hitler-Duitsland waarvan hij in de jaren dertig openlijk blijk gaf.
Dat laatste legt een schaduw over zijn faam. Maar alles afgewogen was Henry Deterding van de 'Koninklijke' een ondernemer van internationale allure.
En dat kan van weinig Nederlanders uit die tijd worden gezegd.

naar inhoud 1900 naar index