Monarchie en Volk






De koninklijke familie in 1912,
bij een bezoek aan Hr. Ms, ‘Jacob van Heemskerk'
die toen afgemeerd lag in de haven van Amsterdam.



 

 

 



Koning Willem III verspeelde in latere jaren veel sympathie door zijn humeurige optreden en de wijze waarop hij zijn eerste echtgenote behandelde, terwijl zijn ziekte hem noodgedwongen van het volk isoleerde.

 

 






Willem III en Emma, op een gravure ter gelegenheld
van hun huwelijk in 1879.

 

 

 





Bezoek van koningin Emma en prinses Wilhelmina aan Friesland.
Met dit soort werkbezoeken bereidde Emma na de dood van haar man
haar dochter voor op het koningschap
en werkte ze gestaag aan het imago van het Oranjehuis.

  NIEUWE GLANS
VOOR DE TROON

De band tussen vorstenhuis en volk, onder Willem III wel eens aan slijtage onderhevig, onderging onder Emma en Wilhelmina een metamorfose. De troon werd populairder dan ooit.

Een nieuw nationaal besef, twee vrouwen die met hun publieke optreden het volk in het hart raakten, en verheven attributen als de Ridderzaal en de Gouden Koets gaven dynastie en natie een zelfvertrouwen, dat beide geschikt maakte voor de 20e eeuw.

Dankzij de inspanningen van Emma en Wilhelmina was het Oranjehuis inmiddels stevig geworteld in de Nederlandse samenleving - zoals spoedig zou blijken.

Willem III had tijdens zijn regering (1849-1890) best wel jaren van populariteit gekend.
Bij zijn inhuldiging droeg de bevolking de nieuwe Oranje-vorst nog op handen.
In 1861, tijdens overstromingen in de Betuwe, had hij door zijn hartelijke optreden groot enthousiasme gewekt voor
zijn persoon.
En toen er in 1866 oorlog uitbrak tussen Pruisen en Oosten-rijk en er ook voor Nederland gevaar dreigde, spande
de Haagse bevolking de paarden van de koninklijke koets uit om zelf de vorst door zijn residentie te voeren, als teken van haar trouw.

GEMENGDE GEVOELENS

Maar er waren ook wel ogenblikken waarop Willem III door zijn barse, humeurige optreden op het volk een slechte indruk maakte. En dan spreken we nog niet van de alge-mene afkeuring over de manier waarop hij koningin Sophie behandelde, zijn eerste echtgenote.

Toen de koning zich bij het klimmen der jaren weinig meer in het land vertoonde en wegens zijn nierkwaal vaak lang in buitenlandse kuuroorden verbleef verzuchtte men:
Waarom komt er nooit eens een lid van de koninklijke familie in onze stad of in onze provincie op bezoek?'
Het Kamerlid Van Houten zei het wat krasser en waar-schuwde dat de Oranjeboom bezig was zichzelf te ontwortelen.

Zo leek het er eind vorige eeuw dus op dat de Oranjes op uitsterven stonden, het koningschap in verval verkeerde
en de populariteit van de troon aardig aan het afkalven was. Toch was met name dit laatste slechts schijn.
Aan het einde van Willems leven ontstond zelfs nieuwe geestdrift voor Oranje.
Dat bleek bijvoorbeeld bij het staatsbezoek van koning Leopold II van België in 1883.
Willem III, Emma en Leopold werden dat jaar op
de Amsterdamse Dam 'met daverende en langdurige toejuichingen ontvangen', zo tekende de intendant van
het paleis op.

In het voorjaar van 1887 was zelfs het hele land voor
de koning in de weer.
In januari van dat jaar was 's konings 70e verjaardag niet gevierd wegens ziekte van de vorst.
Maar toen hij een paar maanden later was hersteld haalde de bevolking haar schade in.

Er was de voorbije jaren van hoog tot laag behoefte ontstaan aan een vorstelijke familie als nationaal symbool.
Die behoefte ontlaadde zich in een verlaat verjaardagsfeest voor de bejaarde en humeurige koning.
Een tijdgenoot merkte verbluft op:
'Nooit een dergelijk enthousiasme bijgewoond, versieringen en illuminatie waren ongehoord schoon en prachtig. (...)
De verlevendiging van de oude liefde voor Oranje bij den 70sten verjaardag is een zeer merkwaardig verschijnsel.’

'WIJ ZIJN ER NOG'

Na de dood van Willem III bezochten Emma en Wilhelmina systematisch het land om te laten blijken, zoals koningin Emma het uitdrukte: 'Wij zijn er nog'.

Overal waar zij zich vertoonden wekten de twee vrouwen groot enthousiasme.
Al voor haar troonsbestijging had Wilhelmina zodoende alle provincies en belangrijke steden bezocht.
Na 1898 werd de kennismaking voortgezet door persoonlijke bezoeken van de jeugdige vorstin aan fabrieken en werk-plaatsen, gestichten scholen, tentoonstellingen en feesten.
Veelvuldig bezochten de koningin en haar moeder ook legeroefeningen en vlootdemonstraties.
Door dit alles kreeg het koningschap van de Oranjes in
deze periode zijn typisch vrouwelijke karakter en werd
het populairder en nationaler dan ooit.

De inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898 vormde bovendien een hoogtepunt in een nieuw nationaal besef
van Nederlands waardigheid en roeping.
Zowel Emma als Wilhelmina speelden hierop in met hun publieke optreden.
Ze deden dat ook in hun zegewensen ter gelegenheid van
de inhuldiging.
Emma wenste dat Nederland groot zou zijn in alle dingen waarin een klein volk dat kan zijn.
En Wilhelmina verklaarde in haar inhuldigingsrede:
'Ik ben gelukkig en dankbaar om over een volk te mogen regeeren als het Nederlandsche dat, hoewel klein in zielental, groot is in deugden, krachtig in aard en karakter.

Nationaal gevoel en Oranjeliefde manifesteerden zich in 1898 ook op straat.
Wilhelmina's minister van Buitenlandse Zaken,
mr. W.H.de Beaufort,schreef dan ook in zijn dagboek:
'Nergens werd zelfs eenige betooging beproefd; bij
de gansche bevolking was niet anders dan geestdrift en hartelijke toegenegenheid waar te nemen. Had iemand op straat beproefd eenigen wanklank in de feestvreugde te mengen, dan zoude het hem vermoedelijk zeer slecht zijn vergaan.'

Het nieuwe, populaire koningschap werd gepersonifieerd door twee sympathieke, vererenswaardige vrouwen en
het werd gedragen door brede lagen van de bevolking en
alle burgerlijke partijen.
Bovendien werd het voorzien van attributen die
een eerbiedwaardige ouderdom suggereerden.

In 1904 werd in de ingrijpend gerestaureerde middeleeuwse Ridderzaal voor het eerst de Troonrede uitgesproken.
Eindelijk beschikte het land over een zaal die oud en verheven genoeg was om dynastie en natie extra cachet te geven.
Sindsdien begaf de koningin zich op Prinsjesdag naar dat prestigieuze gebouw in een schitterende gouden koets
die uit de 17e eeuw afkomstig leek.
In feite was het rijtuig gebouwd door de gebroeders Spijker,
de grondleggers van de latere automobielfabriek, en had
de Amsterdamse bevolking het in 1898 aan de jonge vorstin ten geschenke gegeven.

Zo onderging de relatie tussen vorstenhuis en volk en vooral na de dood van Willem III een metamorfose.
Bij officiële plechtigheden vertoonde het staatshoofd zich in ongekende verhevenheid -tot groot genoegen van het publiek.
En tegelijkertijd leidde de nieuwe populariteit tot ongekend grote volksfeesten op gedenkwaardige momenten in het bestaan van de Oranjedynastie. Monarchie en volk waren gereed voor de 20e eeuw.

Niemand kon toen bevroeden welke belangrijke rol
de jeugdige Emma zou spelen in de versterking van het koningshuis.

 
 
 
 
 
 
 
 


naar inhoud 1900
naar index