Inhuldiging van
Koningin Wilhelmina


 

 

 

 

 

 

 

 

klik voor een groter gormaat


De eedsaflegging van de jeugdige vorstin,
onder het toeziend oog van tal van gekroonde hoofden en andere hoge gasten,
geschilderd door N.van der Waay.
Rechts van de vorstin koningin—moeder Emma.

imzet:

Koningin Wïlhelmina begeeft zich in hermelijnen mantel
van het Paleis op de Dam naar de Nieuwe Kerk
voor haar inhuldiging op 6 september 1898.






 

‘Leve
de Koningin!’

 

 

Geheel Europa was in september 1898 onder de indruk van
de inhuldiging van koningin Wilhelmina in Amsterdam.
Dat de vorstin pas 18 jaar was en heel mooi zal daaraan wel hebben bijgedragen.

 

De inhuldiging van de 18-jarige koningin Wilhelmina op
6 september 1898 in de Nieuwe Kerk te Amsterdam was
een indrukwekkende gebeurtenis.
Daarover waren toeschouwers, kranten, ministers en hofdignitarissen het eens, ook in hun privé-commentaren.
Minister-president Pierson vond de zelfgeschreven toespraak van Wilhelmina voortreffelijk; toen ze ter goedkeuring aan hem werd voorgelegd, had hij geen enkel voorstel tot wijziging.
Met stijgende verbazing keek hij in de Nieuwe Kerk ook naar het geïnspireerde optreden van de jeugdige koningin.
‘Merkwaardig,’ zo schreef hij, ‘hoe zij als getransformeerd is.
Alle meisjestimiditeit is weg en toch niets overdrevens in haar optreden.’

TRANEN EN STILTE

Dinsdagochtend 6 september was het ‘s morgens tegen
half elf een drukte van jewelste op de Dam.
Bij het Paleis en de Nieuwe Kerk krioelde het van de gala-uniformen.
Na de ministers betraden achtereenvolgens de groothertog van Saxen-Weimar, de prins en prinses Von Wied en koningin-moeder Emma de kerk.
Als laatsten verschenen ook de koningin en haar stoet.

De genodigden in de kerk zagen dat de zon inmiddels door
de ramen was gaan schijnen.
Na enig orgelspel en koorzang sprak de koningin helder en zonder versprekingen haar rede uit.
Tot in de uithoeken van de kerk kon iedereen elk woord verstaan; heel wat in een tijd zonder microfoons en versterkingsinstallaties.

Onmiddellijk na de rede volgde de eedsaflegging.
Minister De Beaufort van Buitenlandse Zaken tekende in zijn dagboek aan:
‘Ik zal nooit vergeten de waardige en tegelijk natuurlijke wijze waarop de koningin onder den breeden mantel den arm ophief ten hemel; geen actrice had het haar kunnen verbeteren, zoo bevallig en tegelijk ongekunsteld was hare beweging.
Er heerschte een algemeende ontroering; men zag zakdoeken tevoorschijn komen ook bij mannen met vergrijsde haren.
De vreemdelingen zelfs waren geheel onder den indruk.
De Engelsche gezant zeide mij later dat hem de oogen vol waren geschoten.’

Herauten gingen naar buiten om de menigte op de Dam te verkondigen dat de koningin was ingehuldigd.
Dat hoorde tot het protocol. Na de plechtigheid verscheen koningin Wilhemina op het balkon van het Paleis.
Terwijl de grootmeesteres van emotie geen woord kon uitbrengen en koningin Emma bijzonder aangedaan was, straalde koningin Wilhelmina onder de toejuichingen.

Het valt op hoe positief alle commentaren van de tijdgenoten waren. De drie socialisten in de Tweede Kamer, onder wie Pieter Jelles Troelstra, waren weliswaar niet aanwezig, maar tegen de monarchie werd nergens gedemonstreerd.
In de stad heerste alleen maar feestvreugde. Dat werd uitdrukkelijk gesignaleerd, ook in de buitenlandse pers.

Een radicale Franse journalist bekende:
‘Zulk een schouwspel in Frankrijk zou alle Fransen tot royalist maken.’


En de verslaggever van de Parijse krant ‘Le Figaro’ vond de illuminatie ‘s avonds schitterender dan hij ooit in de Franse hoofdstad had gezien.

Veel vorsten waren er overigens niet bij de inhuldiging, ook niet uit de talrijke Duitse vorstendommen van die tijd.
Dat kwam omdat koningin Emma hen al in januari onders-hands had laten weten dat hun aanwezigheid voor Wilhelmina te veel en te druk zou zijn.

De Duitse gezant kreeg te horen ‘dat later, wanneer Hare Majesteit de Koningin aan de vervulling van den zwaren dagelijkschen Regeeringstaak en aan de afdoening der regeeringsaangelegenheden eenigszins gewend zoude wezen, eventueel Vorstelijke of Prinselijke bezoeken natuurlijk slechts aangenaam zouden kunnen wezen’.

WERKLIEDEN ZONDER UNIFORM

‘s Middags waren meer dan tweehonderd gasten uitgenodigd voor een diner in het paleis op de Dam.
Galakleding was niet voorgeschreven. Dat was gedaan, zoals een krant meldde, voor Tweede Kamerleden die geen uniform bezaten, zoals ‘de werklieden-leden Heldt en De Klerk en ook de heer Ketelaar, hulponderwijzer. Zij zaten aan in zwarte kleeding met witten das’.
Op 8 september volgde een tweede hoogtepunt:
een historische optocht en een galavoorstelling, eveneens in Amsterdam.

De volgende dag, op 9 september, volgde de officiële ontvangst van de koningin in Den Haag, de residentie.
Wilhelmina zag er, de voorgaande inspannende dagen ten spijt, heel uitgerust uit.
Het was druk achter de talloze afzettingen; de warmte van
de dag was er oorzaak van dat tientallen mensen flauwvielen.
‘s Middags was er voor de officiële genodigden een dienst in
de Grote Kerk.
Het was er stampvol, onder andere door de aanwezigheid van het vrijwel voltallige diplomatencorps.
De enige die ontbrak was de pauselijke internuntius.
Hij was wèl aanwezig geweest bij de inhuldiging in Amster-dam, maar moest op last van Rome verstek laten gaan bij
de niet-katholieke eredienst in de Grote Kerk.

De feestelijkheden duurden nog dagen voort. Even leek het alsof ze afgebroken zouden moeten worden, toen namelijk
het bericht binnenkwam dat de keizerin van Oostenrijk was vermoord.
Spoedberaad tussen koningin Wilhelmina, haar moeder,
de minister van Buitenlandse Zaken en de Oostenrijkse gezant leidde echter tot de beslissing dat de festiviteiten volgens plan doorgang zouden vinden.

De diners, de vlootschouw en de legerparades regen zich dus aaneen tot de dag van de opening van de Staten-Generaal:
de eerste die koningin Wilhelmina verrichtte. Eind september vertrok ze met haar moeder naar Het Loo.
Beiden constateerden met iets van opluchting dat de inhuldiging perfect was verlopen.

 
 
 
 
 

naar inhoud 1900 naar index