Koninklijk vervoer


 

Op diverse stations was een koninklijke wachtkamer.
Hier arriveert Koningin Wilhemina in 1909 op het station van het Loo.

Vorst en vervoer

 

 

 

 

 

Op 21 juli 1904 maakte koningin Wilhelmina in gezelschap van prins Hendrik haar eerste autorit.

Zeven jaar later, in 1911, kocht het Koninklijk Huis zijn eerste auto; een fraaie Spijker.

De prestigieuze Gouden Koets kreeg koningin Wilhelmina
in 1898 bij gelegenheid van haar inhuldiging cadeau van
de Amsterdamse burgerij.

Tot 1911 verplaatsten zij en prins Hendrik zich voorname-
lijk in rijtuigen.
Een van de bekendste ervan was de zgn. ‘crème calèche’.

   


De eerste auto van het Koninklijk Huis,
een luxueus uitgevoerde Spijker
uit de Amsterdamse Automobielenfabriek Trompenburg
van de gebroeders Hendrik Jan en Jacobus Spijker


klik voor een groter formaat


Een zeldzame ansichtkaart van de Gouden Koets
uit het begin van de 20e eeuw;
de kaart is uitgevoerd als een doorzichtmodel;
pas door hem tegen het licht
te houden werd de staatsiekaros in al haar glorie zichtbaar.



Na de inhuldiging van koningin Wilhelmina in september 1898
maakten de jonge vorstin en koningin-moeder Emma
in de crème calèche een rijtoer door Amsterdam.

De eerste autorit van Koningin Wilhelmina, op 21 juli 1904.
Achter het stuur prins Hendrik.

De ‘Koningssloep’,
een ruim 17 meter lang vaartuid dat tussen 1816 en 1818 was gebouwd
op de Marinewerf te Rotterdam,
werd uitsluitend gebruikt voor ceremoniële gelegenheden op het water.
Het vaartuig wordt niet meer gebruikt; het bevindt zich nu in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam

 

naar inhoud 1900 naar index