Koningin Emma









Koningin Emma en prinses Wilhelmina,
enige jaren voor de dood van Willem III.
Na ‘s konings overlijden aan Emma de taak
het Huis van Oranje-Nassau te laten overleven
tot Wilhelmina oud genoeg zou zijn voor het hoogste ambt.





 

 






Koningin Emma zoals het Nederlandsche volk haar
na de dood van haar echtgenoot leerde kennen:
Een nog jonge vrouw in rouwkledij
die minzaam maar doortastend
het roer van het schip van staat in handen nam
en van het regentschap een onmiskenbaar succes maakte.


 

 

 

 

 

 

 

 

s

De groeiende populariteit van het Oranjehuis
bleek onder andere in 1898,
het jaar waarin Wilhelmina werd ingehuldigd als koningin.
Zekerste bewijs daarvoor waren de talloze souvenirs
en prullaria die toen in omloop kwamen.
Dit is er één van:
een vernuftige kaart van een bekende chocoladefabriek.
Door de schijf te draaien
verscheen in de uitsparing bovenin
een steeds wisselend portret van Wilhelmina.
 

KORDAAT AAN
HET HOOFD DER STAAT

 

Koningin Emma kwam reeds op jeugdige leeftijd voor een opgave te staan die voor velen te zwaar zou zijn geweest. Ze sloeg er zich echter kordaat en met veel verve doorheen.

Vóór ze de liefste oude dame van Europa werd stond Emma minzaam maar kordaat aan het roer van het schip van staat, legde ze de basis voor een nieuw imago van het Oranjehuis en plaatste ze een duidelijk stempel op de opvoeding van haar dochter Wilhelmina.

 

Al op jeugdige leeftijd stond prinses Emma van Waldeck Pyrmont voor opgaven waarmee anderen doorgaans pas later in hun leven worden geconfronteerd.
Beschouwt men haar huwelijk met de bejaarde en opvliegende koning-weduwnaar Willem III in 1879 als de eerste krachtproef die ze met succes doorstond, dan stelde het leven haar al hoge eisen toen ze amper 20 jaar was.
Na de dood van de koningin 1890 steeg haar ster snel.
Op 32 jarige leeftijd werd ze regentes, als 40-jarige droeg ze
het bewind over aan haar dochter Wilhelmina.
En vervolgens begon voor haar een lange levensavond waarin
ze geleidelijk evolueerde tot 'de liefste oude dame van Europa’.

Dat beeld uit haar ouderdom doet ons weleens vergeten dat koningin Emma één van de eerste werkende vrouwen uit
de Nederlandse elite is geweest.
Ze koos waarschijnlijk bewust voor haar carrière toen de 61-jarige Willem om haar hand kwam vragen.
En ze heeft ontegenzeglijk eer gehad van haar werk, al pakte
het resultaat weleens anders uit dan ze had verwacht.
Haar bedoeling was in eerste instantie het ambt van haar over-
leden gemaal ongeschonden te behouden voor haar dochter.
Maar door haar optreden tijdens het regentschap werden
de Oranjes pas echt populair en nationaal.
De Nederlandse monarchie kreeg bovendien het vrouwelijke cachet dat op dit moment bijna niet meer valt weg te denken.

VAN VERPLEEGSTER TOT VORSTIN

Het begin ervan was zeker niet gemakkelijk.
De dag van haar eedsaflegging, 20 november 1890 (drie dagen voor de dood van de koning), was volgens haar eigen zeggen
ein entsetzlicher Tag
.

Haar bejaarde echtgenoot was al geruime rijd niet meer in staat
te regeren toen het kabinet ten slotte besloot koningin Emma als
regentes te laten beëdigen.
Wegens Willems slechte gezondheid had ze toen al twee jaar
onafgebroken op Het Loo gewoond en haar man geduldig verpleegd.

In de jaren daarvoor hadden de politici weleens openlijk betwijfeld
of Emma de vereiste intellectuele vorming bezat voor de functie van regentes.
Maar toen het moment van haar eedsaflegging eenmaal was aangebroken bleef van die scepsis niets meer over.
En het ging toch om nogal wat. Aan de 32-jarige regentes werd
niet alleen het hoogste staatsambt toevertrouwd, ze werd tege-
lijkertijd de centrale figuur in de overlevingsstrijd van het Huis van Oranje-Nassau.
Willem III liet immers niet meer achter dan een jonge, betrek-
kelijk onervaren gemalin en een minderjarige troonopvolgster.
De broosheid van Willems dynastieke nalatenschap maakte
de Nederlanders echter welwillend tegenover de kordate Emma.

Dat was al meteen te merken bij haar beëdiging.
R.J.graaf Schimmelpenninck, ooggetuige van de vereenigde zitting der beide Kamers, noteerde:
‘Weinigen, ook zelfs aan de uiterste linkerzijde gezeten, waren er die hun oog konden drooghouden,
(…) de oude heer Schepel, van de uiterste linkerzijde, kwam mij de hand drukken en liet zich in de warmste bewoordingen uit over Hare Majesteit:
‘Ziet Graaf S., ge weet ik ben niet zoo erg koningsgezind, maar nu wil ik U wel bekennen, dat de tranen mij over de wangen liepen, toen Zij Hare beloften uitsprak voor den armen koning
en voor het lieve Vaderland’.’


Nog dezelfde dag reisde Emma terug naar Het Loo.
Amper drie dagen later kwam er een einde aan haar taken als verpleegster:
‘Lege mich 4 Uhr hin. Wurde 5 3/4 gerufen. Alles ist vorbei. König sanft entschlafen.’

Vervolgens brak de drukte aan waarmee de organisatie van
een koninklijke begrafenis gepaard gaat.
Koninklijke gasten begonnen naar Den Haag te stromen.
Maar de regentes wist wat haar te doen stond.
Reeds op de dag van de eedsaflegging had ze met haar ministers afgesproken dat ze hen regelmatig wilde ontvangen.
Een dag later had ze verlangd dat alle brieven die bij het Kabinet der Koningin binnenkwamen ongeopend aan haar zouden worden opgestuurd.


SUCCESVERHAAL VAN EEN REGENTES

Van haar bijna achtjarige regentschap maakte koningin Emma onmiskenbaar een succesverhaal.
Het viel de minzame vorstin niet moeilijk het regelmatige monde-
linge contact met de ministers te herstellen dat tijdens de laatste jaren van Willem III weleens te wensen had overgelaten, op zijn zachtst gezegd.
Moeilijker was het voor haar bepaalde militaire en civiele voor-
rechten van de Kroon te handhaven.
Maar ook daar hield ze haar been stijf, tot aan een confrontatie met een bewindsman toe over kleinigheden als een burgemeestersbenoeming.

Misschien was het haar sterke persoonlijkheid die haar tot deze krachtige aanpak aanzette, wellicht ook deed ze als niet—Neder-
landse van geboorte extra haar best.
In elk geval zette ze op allerlei gebieden haar wil door en plaatste ze ook een duidelijk stempel op de opvoeding van prinses Wilhelmina.
Naast dit alles werkte Emma vlijtig aan een nieuw imago van Oranje door samen met Wilhelmina systematisch bezoeken te brengen aan alle provincies en aan de grote steden.
Ze bleek een aangeboren gevoel te hebben voor optreden in
het openbaar, vooral als het om grote mensenmenigten ging.
Toen ze tijdens een bezoek aan de stad Groningen zag dat
de mensen-massa op de Grote Markt gevaarlijk begon op te dringen trok ze zich weloverwogen terug in het stadhuis, bang
dat er iemand onder de voet zou worden gelopen.
En toen de koninklijke trein eens een Zeeuws station voorbijreed waar veel mensen kennelijk al uren stonden te wachten gaf ze bevel te stoppen en terug te stomen zodat de menigte beide vorstinnen zon kunnen begroeten.

In de kringen van notabelen bleek Emma zich minder zeker te voelen, getuige het feit dat ze haar (korte) toespraken in dat milieu altijd uitschreef, hoe ongecompliceerd de inhoud ervan ook was.
Haar taak viel haar kennelijk zwaar – maar ze zag er wel
de vruchten van.
Toen ze in 1898 de kroon overdroeg aan Wilhelmina ging er
een golf van sympathie voor de twee vorstinnen door het land.
De monarchie stond sterker dan ooit.

 
 
 
 
 

naar inhoud 1900 naar index