Criminaliteit en Justitie




 

 

 

 



De socialistische leider P.J.Troelstra
die zich in de Tweede Kamer verzette tegen
wat hij zag als klasse-justitie in de zaak-Hogerhuis.





 

 

 

 

 

 

 








Hoewel de schuld van de gebroeders Hogerhuis nooit
onomstotelijk is vast komen staan
zaten ze, op een kleine strafvermindering na,
hun detentie volledig uit.
De laatste die werd vrijgelaten, in september 1905,
was Wiebren (derde van links).

Deze foto van de familie werd gemaakt na zijn vrijlating.
Geheel rechts Marten Hogerhuis
die een kortere straf uitzat.
De derde broer ontbreekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 





Uiting van protest tegen de rechtsgang in de zaak-Hogerhuis.

 

Poging tot doodslag in Britsum

 

Een crimineel land was Nederland niet, al werd er heel wat gestolen, gestroopt en gesmokkeld.
Logisch dus dat een grote zaak zoals die in het Friese Britsum veel belangstelling trok.

Waren de drie gebroeders Hogerhuis werkelijk schuldig aan de poging tot doodslag op schippersknecht Sieds Jansma?
Of ging het hier om een politiek vonnis tegen een paar lastige lieden met anarchistische sympathieŽn? Troelstra had daar zo zijn ideeŽn over.

Met de criminaliteit viel het in Nederland nogal mee, zo'n honderd jaar geleden.
Wie er de kranten van die tijd op naslaat treft tientallen berichten aan over allerlei vergrijpen, maar raakt niet echt onder de indruk. Veel diefstal - maar meestal van wat hout uit het bos of kippen van een boerenerf.
Veel dronkenschap ook en vechtpartijen tijdens de kermis, en in
de grensstreken natuurlijk het onuitroeibare smokkelen van van alles
en nog wat.
Echt grote zaken trokken dan ook in het hele land belangstelling.

Een van de beruchtste was de inbraak, met poging tot doodslag,
die eind 1895 plaatsvond in het Friese dorp Britsum.

De zaak-HOGERHUIS

Aan de Langestraat tussen Stiens en Britsum, ten noorden van Leeuwarden, stond het huisje van de 50-jarige Gatze Haitsma,
een welgestelde vrijgezel.
Hij woonde er samen met zijn jongere huishoudster Iemkje Jansma.
Op 5 december 1895 's avonds was aan de Langestraat Iemkjes broer
op bezoek, de schippersknecht Sieds Jansma. Hij zou blijven slapen.

Om een uur of elf klonk er glasgerinkel en stond er plotseling een man
in de kamer, met een wit laken om en een doek om het hoofd.
'Voor de bliksem je geld!' schreeuwde hij Haitsma toe.
Er ontstond een vechtpartij, maar Haitsma wist zich van zijn belager
te ontdoen.

Vrijwel onmiddellijk daarna werd er echter door het raam geschoten.
Sieds Jansma werd geraakt in het rechterbovenbeen en aan het achter-hoofd; Haitsma zag in het donker drie mannen wegrennen.
Hij liep naar de buren om hulp; iemand ging de dokter halen en om
een uur 's nachts verschenen twee gemeenteveldwachters om proces-verbaal op te maken.
Over de mogelijke identiteit van de daders werd op dat moment niet gesproken.
Maar de volgende dag vertelde Sieds Jansma aan de politie dat zijn zus ook wel eens sliep met ene Wiebren Hogerhuis.
Maar die zou het vast niet hebben gedaan, dacht Jansma.

Diezelfde dag ging Hogerhuis naar de woning van Haitsma en Iemkje
om de kapotgeschoten ruit te vervangen.
Tussen die drie bestond kennelijk een wat merkwaardige - en voor
de kranten hoogst smakelijke - driehoeksverhouding, want diezelfde
of de volgende avond lag Hogerhuis weer met Iemkje in bed.

Drie dagen later, toen twee marechaussees Gatze Haitsma kwamen ondervragen, troffen ze in zijn gezelschap Wiebren Hogerhuis aan. Kennelijk behoorde deze nog steeds tot de verdachten, want de politie-mannen sleepten hem naar het schuurtje, pakten hem nogal hardhandig aan en schreeuwden hem toe: 'Bekennen zal je, g.v.d.!'

En vervolgens zetten ze hem achter slot en grendel, in de verwachting dat Haitsma en zijn huishoudster hem dan niet langer zouden dekken.
En inderdaad verklaarden Gatze en Iemkje dat Wiebren Hogerhuis
en zijn twee broers wel eens wat met de overval te maken zouden kunnen hebben.

Voor de gebroeders Hogerhuis ontwikkelde de zaak zich vervolgens ongunstig - en nogal duister.
Door een suggestieve ondervraging begon Iemkjes broer blijkbaar te twijfelen aan de onschuld van de drie.
Vreemder nog was dat Iemkje op een gegeven ogenblik vertelde dat ze tijdens de overval de broers had herkend; ze zou dat alleen verzwegen hebben uit angst voor wraak.

Vanaf dat moment was de zaak voor Wiebren Hogerhuis en zijn broers verkeken; zeker toen tijdens de rechtszitting in Leeuwarden ook
Gatze Haitsma, tegen eerdere mededelingen in, onder ede verklaarde dat hij tijdens de worsteling op 5 december Wiebren had herkend
maar daarover had gezwegen toen de man de volgende dag bij hem langskwam en vervolgens met Iemkje had geslapen.
Een halfjaar na de overval veroordeelde de arrondissementsrechtbank
te Leeuwarden Wiebren Hogerhuis tot 12 jaar gevangenisstraf en zijn broers respectievelijk tot 11 en 6 jaar.
Alle vonnissen werden door het gerechtshof bevestigd en een cassatie-verzoek werd afgewezen.

 

POLITIEK VONNIS?

Toch bleef het rommelen rondom deze zaak.
Met name in socialistische en anarchistische kring, in Friesland sterk vertegenwoordigd, geloofde men niet in de schuld van de drie broers.
Zeker niet toen een christenanarchistische dominee van een paar gemeenteleden naam en toenaam van de echte daders kreeg toegespeeld.
Jammer was alleen dat de man het niet met zijn geweten in overeen-stemming kon brengen anderen in het gevang te helpen door hun namen aan politie en justitie bekend te maken.

Op hun beurt meenden de autoriteiten dat ze voet bij stuk moesten houden en niet dienden te wijken voor wat ze als linkse agitatie beschouwden.
Toen Troelstra daar in de Tweede Kamer tegen in het geweer kwam,
tot driemaal toe zelfs, werd hij gemangeld tussen de minister van Justitie - die terecht betoogde dat het parlement geen Hof van Revisie was - en de anarchistische aanhangers van Domela Nieuwenhuis in Leeuwarden
die vonden dat de socialistische leider politieke munt wilde slaan uit zijn opkomen voor de gebroeders Hogerhuis.

De drie broers schoten met dat alles weinig op.
Hun verzoek om revisie van de zaak werd in april 1900 door de Hoge Raad afgewezen.
Wel kregen ze een klein jaar later, ter gelegenheid van het huwelijk
van koningin Wilhelmina, drie jaar strafvermindering.
Maar pas op 28 september 1905 hoorde Wiebren Hogerhuis, de hoofdverdachte, de gevangenispoort achter zich dichtslaan.
Slachtoffer van een politiek vonnis? We zullen het waarschijnlijk nooit weten.

 
 
 
 
 

naar inhoud 1900 naar index